|
| |
Let
op! Vanaf december
2008 wordt www.tjaberawit.com:
www.tjaberawit.nl
Reactie
op optreden Dane Beerling op 24 mei j.l. op de Pasar Malam Besar.
Hallo
Dane,
Ik ben
24 mei voor jou naar de Pasar Malam Besar gegaan,ik heb me rotgelachen.
Het was de mooiste Pasar Malam.
Mijn vrouw zegt dat ik nooit zo vrolijk thuisgekomen ben.
Nog bedankt
Cor*
* C. Metzemakers
REACTIES
OP LEZING "INDISCH"
Het
door ons plaatsen van reacties betekent niet dat we het er mee eens zijn,
maar het hoeft ook niet het tegendeel te betekenen. Hoe dan ook zijn we
dol op reacties!

Ik
Indo (2)
Dat
Indisch en Indo niet identiek zijn en verschillende ladingen dekken
doet niets af aan de praktijk van alledag waarin Indo en Indisch weliswaar
achterhaald door wetenschappelijke definities nog die zienswijze reflecteert.
Dat de Indo bestaat wordt vanuit mijn verhaal niet betwijfeld integendeel
het gaat over Indo’s. Indo’s die vanuit hun individuele achtergronden
hun identiteit en imago aan het begrip Indo geven. De verschillende
typen die de revue passeren hebben allemaal een ander idee over die
identiteit en zelfs over het imago daaraan verbonden. Het zijn die gesprekken
die individuele getuigenissen van dat ‘eigene’ die uiteindelijk het
grote verhaal moeten vormen. Voor mijn part een antropologisch verhaal.
Natuurlijk heb je de maatschappelijke, culturele en geschiedkundige
variabelen die hun invoed in dat ‘eigene’ hebben.
‘Heb je wel eens met die jonge Indo’s gesproken’, was de vraag van E,
een kennis van me, ook een Indo. ‘Wat willen ze toch? Ze zijn Indo en
ze zijn er trots op! Waarop? Ze weten niks van de hele geschiedenis!’.
Het klopte gedeeltelijk. Ik kende wel een paar jonge Indo’s, pubers
nog die zich hadden aangesloten bij een vereniging van Indische mensen.
“We zien er anders uit dan de totoks zeggen ze en dan noemen ze ons
allochtonen of Marokkanen.”
‘Ja nou en. Wat zeggen jullie dan?, vroeg ik ze. Ik moet u hier wel
eerlijk bekennen dat ik een enkele jonge Indo inderdaad hield voor een
derde generatie Marokkaan.
‘Wij zijn Indo’s zeggen we dan’, was het antwoord. Deze uitspraak wordt
dan soms onderstreept door emblemen met symbolen uit Indonesië.
Of door hard ‘Gilah’ tegen elkaar te roepen als ze als groep worden
bekeken. Het kietelt mijn lachspieren als ik ze zo bezig zie terwijl
ik heel goed besef dat iedereen een identiteit nodig heeft.
E, mijn kennis, wilde wel kwijt dat hij door de jongeren was bedreigd
omdat hij een betoog had gehouden over de Indonesische vrijheidsstrijders.
Wat is dan dat eigene in Indo, dat wat die identiteit maakt bij deze
jongeren? Ze weten inderdaad van niets en luisteren naar oude Indo-rock.
Ik weet niet hoe groot de groep jongeren is die deze identiteitsperikelen
doormaakt. Kan er zelfs niet naar raden. Daarnaast zie ik ook de jonge
mensen tot dertig jaar die een hele week Brabander, Fries , Limburger
of wat dan ook zijn en die in het weekend ‘Indische dingen doen’: de
weekend-Indo?
Het zijn Indo’s, net als ik en dat is een feit waarover geen discussie
gevoerd hoeft te worden. Het intrigerende is dat we ons identificeren
met verschillende zaken die eigen kunnen zijn aan het Indo-zijn.
Zou de oudere man waaraan ik in mijn eerste stuk refereer en die zei
‘ach je bent geen echte Indo want je kent het Oude Indië niet’
zich ook afgevraagd hebben waarmee ik me identificeer. Zou hij dezelfde
vraag hebben gehad als mijn kennis E: ’Hij weet van niks, hoe kan hij
zich Indo noemen?’.
Hoe belangrijk is die Indo-identiteit voor jonge mensen in de samenleving
waarin we nu leven. Hoe belangrijk is Indo als identiteit?
Door introspectie kijk je naar je eigen ervaringen, opgroeiend in een
samenleving waar je ‘anders’ was. Je behoorde tot die groep die ‘anders’
was. Ik vermoed dat het niet de antropologische kaders zijn die een
beter inzicht daarin geven. Het gaat om een deel van jouw inhoud dat
jij op een bepaalde manier uitdraagt. Datgene wat jij vanuit je persoonlijke
bagage uitdraagt kan bij anderen dan aanleiding zijn om je Indo te noemen.
Frank Zitter.
Commentaar
op Ik Indo 2.
Het wordt een herhaling van
door mij al veel eerder en vaker geëntameerde zaken. Bijvoorbeeld
in mijn blad Tjabé Rawit (1992-1997) en Tjabé Rawit Spésial
(vanaf 1998). Ik hield er openbare lezingen over. Op mijn website www.tjaberawit.com
staan die dingen ook nog wel eens.
Ik haalde er soms Prof. Dr. W.F. Wertheim antropoloog bij die o.m. over
de eerst steeds geweigerde en later toch aan Indo’s ginds gegeven jobs
zei: ‘Die functies gaven de groep van Indo-Europeanen zijn eigenlijke
karakter, los van de biologische bepaaldheid.’
Trots op het Indo zijn. Inderdaad,
ik stelde vele malen de vraag: waaróp precies ben je dan trots?
Maar een antwoord daarop heb ik nooit gekregen. Ook nu niet. Ik ben
er trots op een Indo te zijn, is niet eens vrijblijvend, het is irritant
en bovendien anti anderen. Evenals “black is beautiful” en “white is
better” bijvoorbeeld. Juist de Indo’s zouden dat moeten weten.
Indo’s keken op de ‘Inlanders’
en ook op hun eigen bangsa neer. Dat vaststellen zonder na te gaan waarom
dat was, is wel heel erg gemakkelijk.
Hollanders keken op iedereen neer die niet wit was. ‘Inlanders’ discrimineerden
elkaar onderling ook. (Gekerstende) ‘Ambonezen’ keken op ‘Inlanders’
neer en andersom gebeurde dat eveneens. Javanen waren bij de andere
inheemsen niet geliefd. Arabieren waren ‘onbetrouwbaar’, ‘Bombayers’
weer ‘verrekte arrogant’, ‘kurang ajar’. In de ogen van Indonesiërs
(o.m. in die van Ananta Toer), waren Indo’s de handlangers van de Belanda’s
(gemengdbloedige handlangers waren een typisch koloniaal verschijnsel).
Indo’s vormden knokploegen en joegen Indonesische bijeenkomsten van
Islamitische origine met geweld uiteen. Maar ook a-politieke emanciperende
samengroepende lieden werden niet met rust gelaten. Wahduh! Je deed
wat, ije, voor je bestaan dat je letterlijk aan de Hollanders te danken
had. Zij leerden je te vervreemden van de ‘inlanders’, wat een zeer
effectief gif is gebleken.
In de Bersiaptijd bevochten (jonge) Indo’s de hen aanvallende Pemuda’s
(en anderen die zeker géén vrijheidsstrijders waren).
Niet helemaal ten onrechte meenden Indo’s dat ze héél
veel te verliezen hadden als Indië Indonesië zou worden. Later,
toen Nederland voluit in oorlog was met de jonge Republiek Indonesia,
Politionele Acties genoemd, de tweede met de codenaam “Product”, dachten
Indo’s, maar ook toen zeker niet alle, dat alles sal regkom.
Behoudens enkele uitzonderingen, waren en zijn Indo’s uit Indië
er niet blij mee als je Soekarno een vrijheidsstrijder noemt. Maar er
zijn ook talloze uit Indië en uit Holland stammende Hóllanders,
die daar de pest over in kregen en nog krijgen. Poncke Princen was een
verrader en kon niet meer naar zijn geboorteland Holland, zelfs niet
voor een familievisite’tje, zonder gevaar te lopen door zijn vroegere
companen, Hollanders en Indo’s, met hun ‘uit de kast gehaalde spuit’
te worden afgemaakt.
Met sommige jongere generatie
Indo’s, waaronder beeldend kunstenaars, heb ik enkele jaren (vanaf 1992)
in woord en beeld gecorrespondeerd met als thema “Indisch zijn en landschap”.
Het waren de jongeren die al snel afhaakten.
Met andere jonge Indo’s heb ik van tijd tot tijd contact. Ook dat houdt
niet over, moet ik helaas zeggen.
Het had niet zoveel om het
lijf hoor, maar mag ik tot slot nog kwijt dat ik in 1947 - nog geen
veertien jaar oud -, op de Elandsgracht in Amsterdam pamfletten mee
hielp uitdelen tegen het zenden van Nederlandse militairen naar ‘Indië’?
Dat was toen allerminst salonfähig. Bedreigd werd ik toen niet,
uitgescholden wel. Ik was nog te ‘nat achter de oren’. Maar ik wist
redelijk goed waar ik mee bezig was. De over-en-weer gepleegde gruwelen
in Indië, spoedig na de uitroeping van de Indonesische Republiek,
en voor mij tot juli 1947, stonden (en staan) op mijn netvlies geëtst
en in mijn geheugen gegrift.
Dane Beerling.
Hieronder de eerste
bijdrage van Frank Zitter
Ik
Indo
door Frank Zitter.
Interessant al die meningen van Indo’s en niet Indo’s over wie wel of
niet Indo is. De meesten maken zelf deel uit van de verzameling die
men Indo’s noemt. Let wel, men rekent zichzelf tot die verzameling.
Om die reden denk ik dat je eigenlijk bij het vaststellen van de criteria
voor die verzameling naar jezelf aan het kijken bent.
Ik ben geboren in het Indonesië van 1950. Dat is al één
punt binnen! Of niet?
‘Nee, ik ben in Nederland geboren maar ik ben ook een Indo’, zegt het
jongetje op mijn galerij die hier in Nederland is geboren uit een totok
en een vrouw die in Indonesië is geboren.
Okee, ik ben geboren uit twee gemengdbloedige ouders en dat is toch
zeker een punt waarmee ik scoor! Of niet?
‘Nee, je hebt het Oude Indië niet meegemaakt, die cultuur niet
geleefd, geproefd’, zegt een man van in de zeventig die gemengdbloedig
is en kleurrijke verhalen vertelt over zijn jeugd in ‘Indië’.
Prima. Ik hou van Indisch eten en koken, van de aparte sfeer als Indo’s
bij elkaar zijn, van petjokkig praten met Indo-vrienden/vriendinnen.
- Ik schrijf expres ‘petjokkig’ omdat het niet voortkomt uit een gedegen
kennis van petjok – .
Kom nou mensen. Al die dingen bij elkaar daar moet ik toch mee scoren,
dat maakt me toch Indo!
Of niet?
‘Nee, je bent net een belanda. Je bent zo direct, zo lomp soms en gierig.
Ik vraag jou die vijftig pop te leen en ik krijg niet. Je zegt gewoon:
‘nee’. Dat is geen respect voor ouderen’, zegt een oude Indische mevrouw’.
Okee, geintje. Maar ik hou inderdaad niet van valse bescheidenheid,
kan goed met geld omgaan en ben vrij direct in mijn verbale gedrag naar
anderen.
‘Je bent al meer Nederlander dan Indo’, wordt me verweten.
Toch moeilijk om te plaatsen want als ik me soms de verhalen herinner
over hoe ook Indo’s vroeger in Indonesië omgingen met bedienend
personeel dan krom ik mijn tenen. Daar pasten toch heel vaak de stempels
‘lomp, bot en ongevoelig’ bij. Natuurlijk niet alle Indo’s maar genoeg
om er toch even bij stil te staan.
‘Je moet ze soms hun plaats wijzen’, was dan vaak de reactie als ik
opmerkte dat je toch zo niet met mensen omgaat.
Toen ik in bijzijn van oudooms en tantes de opmerking maakte dat ‘zo’n
Soekarno eigenlijk een vrijheidsstrijder is’, was het omgekeerde wereld:
‘als ik in Indonesië was gebleven dan zou ik zo niet spreken. Je
bent toch geen Indonesiër’. Het huis was te klein.
Okee, genoeg geluisterd naar anderen. Kijk naar jezelf; tijd voor introspectie.
(Is daar trouwens een goed petjok-woord voor?)
Je voelde je toch behoorlijk rot toen je als enigste bruintje niet werd
uitgenodigd op het schoolfeestje van je totokklasgenootjes waar je op
school altijd zo goed mee kon spelen. Dat gevoel en die woede zouden
je nog vaker in je leven confronteren met je ‘anders zijn’. Je was Indische
Nederlander werd gezegd maar voor jouw gevoel kon dat ‘Nederlander’
wel weggelaten worden als je vaak toch niet op feestjes mocht komen
of niet met de dochter van een totok uit mocht. Later begreep je dat
het voor die totokspeelmakkertjes ook niet makkelijk was als hun ouders
hen zeiden dat jij niet mocht komen.
Op een bepaald moment, op de lagere school nog, hoorde je het woord
‘Indo’. Een ander bruin jongetje riep jou dat toe: ’hé, Indo!’.
Ik had er vrede mee, het voelde beter dan ‘Indische Nederlander’. De
buitenwereld zag je toch niet als Nederlander dus ‘Indo’ was goed.
Ojee, ben ik nu weer een definitie aan het opbouwen van wie ‘Indo’ is?
Wanneer was er het besef dat je omgeving vergeven was van Indo’s, Indische
Nederlanders en wat dies meer? Geen idee. Het was er ineens. Dat je
psychologie ging studeren had er waarschijnlijk mee te maken. Je leerde
observeren, naar je omgeving en naar binnen kijken.
Zeker geen homogene ploeg die mensen in mijn omgeving. Van hoogleraar
en hoge ambtenaar tot de rebelse spijtoptant uit de dessa. Je hoorde
dan van zulke zaken als: ‘Ach sommige Indo’s hebben het hoog in hun
bol’ tot ‘Je kunt wel zien dat ze uit de kampong komen’. Van ‘selamat
makan mensen’ tot ‘hantam kromo!’ bij het eten.
Verder hoorde je verschrikkelijke verhalen over Japanners en ploppors,
Burma spoorweg en bersiap maar ook avontuurlijke verhalen over proberen
aan voedsel te komen of het doorsmokkelen van post voor gevangenen van
de Japanners.
Als politiek geëngageerde jongeling was het moeilijk om Indo’s
te vinden die ook vonden dat Soekarno eigenlijk een vrijheidsstrijder
is en dat er toch behoorlijk veel koloniaal gedrag gedetecteerd kon
worden binnen de Indo-populatie.
Ik begreep dat wij Indo’s als los zand aan elkaar hangen. Maar het is
wel allemaal zand.
Elke menselijke verzameling heeft een geschiedenis waarin verschillende
variabelen te herkennen zijn die sturing geven en de uiteindelijke richting
bepalen waarin die populatie zich ontwikkelt.
Ondanks de onderlinge individuele verschillen kan en mag eenieder uit
die verzameling het credo: ’Ik Indo’ uitspreken.
Tot zover de heer Frank Zitter.
Commentaar.
Een heel betoog
van meneer Zitter, maar opgezet alleen wegens de bewéring dat
een man van ‘in de zeventig’ en ‘gemengdbloedig’ gezegd zou hebben dat
je geen Indo kan zijn als je het oude Indië niet hebt gekend.
Wij kennen geen dommerds die dat zeggen, of ze nou wel of niet ‘in de
zeventig’ zijn. Als je een afstammeling bent van een mannelijke Hollandse/Europese
voorouder/ouder en van een vrouwelijke inheemse uit Nederlands-Indië/Indonesië
samen, ben je een Indo. Of je nou in Nederlands-Indië geboren bent
of niet.
Een totok (volbloed Hollander) is geen Indo. Zo eenvoudig is dat. Wij,
Tjabe Rawit Indische Cultuur (in) Beweging, weten dat al zóóóó
lang.
Onze stelling luidt dan ook niet dat de ene Indo wél en de andere
Indo níet een Indo is. Onze stelling luidt wel: een Indo is niet
altijd ook Indisch en Indisch is niet altijd ook Indoos.
Moeilijk? Ach, welnee. Indien hij Indisch is, is het Indisch van de
Indo, hij behoorde tot ‘de zwevende bevolkingsgroep’ in Indië,
anders dan het Indisch van bijvoorbeeld de totok voorzover die Indisch
is, de totok behoorde tot de bevoorrechte klasse en meestal was hij
ook de baas.
Meneer Zitter haalt Indo en Indisch door elkaar of hij veronderstelt
dat Indo synoniem is met Indisch. Een zienswijze die je wel vaker tegenkomt,
maar die allang niet meer geldt. Als je het vroeger had over een Indische
(man of vrouw), dan begreep iedereen dat het over een Indo ging, c.q.
iemand van gemengd Indonesisch-Hollands(Europees) bloed. Maar dat kan
niet meer sinds de ‘moderne antropologie’ heeft bepaald dat iedere Nederlander
uit het voormalige Nederlands-Indië tot de ‘Indische Nederlanders’
behoort, te vertalen met “uit het land Nederlands-Indië komend”.
Dat betekent geenszins dat ze allen ook Indisch zijn. Dat is misschien
wel moeilijk te vatten, maar dat is niet onze schuld. Het zijn de moderne
antropologen die voor die verwarring hebben gezorgd. Onder hun ‘Indische
Nederlanders’ heb je Hollanders (en andere volbloed-Europeanen), Indo’s,
Indonesiërs, Molukkers.
De Indo bestaat
en dus hoef je over die feitelijkheid geen discussie te voeren. De vraag
of je wel of niet een Indo bent is derhalve 'onbelangrijk', even 'onbelangrijk'
als bijvoorbeeld de vraag of je wel of geen Arabier bent. Op zich zegt
dat niet zo veel. Het wordt anders als het om Indisch en om Arabisch
gaat.
Vragen over wat Indisch is, of iémand Indisch (of Arabisch) is,
zijn wel relevant, lijkt ons. Welke culturele/geschiedkundige en maatschappelijk-positionele
zaken hebben dat Indisch zijn gevormd. En ook wat we met dat Indisch
zijn nú (nog) kunnen. Zeker, we hebben het over (jeugd-, opvoedings-
en oorlogs-) ervaringen van toen, in Indië, die hun invloed hebben
op Indo’s (en op Hollanders en anderen uit het voormalige Nederlands-Indië),
en vaak ook op hun nazaten, maar we hebben het vooral ook over de tijd
erna tot en met nu. We tonen aan dat recente en actuele gebeurtenissen
niet zelden hun oorsprong in het verleden hebben.
Jazeker, soms hebben we ook aandacht voor ‘nostalgie’. Ih, why not?
Uit nostalgische muziek, vertellingen, liedjes, gedichten, toneelstukken
kan best eens iets nieuws geboren worden.
Dane Beerling.
---
Geachte heer Stufkens,
Uw vraag:
Wat zou u bedoelen met "vermaleisen" zoals deze term wordt
gebezigd in verband met de positie van de Inlandse moeders, die niet
meer in de desa thuis waren maar wel in de kampong nabij een VOC vestiging?
1. Mijn antwoord:
Zie 2.
Uw vraag: Nu is
het wel zo, dat op Java de oorspronkelijke talen geen maleis waren,
een taal overgewaaid vanuit Malakka en die als handelstaal bekend werd
aan alle kusten in de Archipel.
Gingen deze personen over tot het maleis?
2. Mijn antwoord:
De moeders spraken steeds meer de kusttaal Maleis en minder hun dorps(desa)taal,
of dialect zo u wilt. Hun gemengde kinderen het Maleis, maar ook een
‘mengelmoes’ van Maleis en het Nederlands (uit de VOC-tijd) dat ze van
hun blanke vaders leerden en van andere mannelijke VOC-‘bezoekers’ aan
de kampong.
Citaat uit het hoofdstuk Petjok op www.tjaberawit.com:
‘Petjok is een ‘taal’ waarvan het belangrijk is om het ontstaan ervan
te kennen wil je die kunnen begrijpen en zo leren. Petjok ontstond ooit
gaandeweg tussen Indo’s en totoks. Als er iets is dat Indo’s en totoks
eens samen hadden, dan was dat Petjok. Ze kunnen dat bezit, dat bewijs
van hun identiteit, ontwikkelen. Al vaker is het idee gelanceerd om
een Petjokcursus van de grond te tillen. Ruud Hoemakers, hij is betrokken
bij Het Indisch Huis, heeft gevraagd of ik zo’n cursus wil opzetten.
Ik wil wel helpen, maar anderen moeten het initiatief nemen. Een mooi
begin wellicht voor een Indische cultuur onderzoek.’
Let u er even op dat ik taal tussen aanhalingstekens heb gezet?
Uw vraag: U poneert
de stelling: "Indisch is Indisch zoals een roos een roos is".
Hoe kan "Indisch" een op zichzelf staande entiteit met een
eigen "root" zijn indien, zoals uzelf duidelijk uiteenzette,
de Indo's ontstonden als een tussen twee volkeren en dito culturen zwevende
groep waren en zijn? Er blijven immers herkenbare elementen van de twee
volkeren aanwezig?
3. Mijn antwoord:
Ik zou ook hebben kunnen schrijven dat Indisch (in cultureel opzicht,
maar ook als mens: met name de gemengde mens) even ‘volkomen’ en ‘uniek’
is als Hollander, Indonesiër, Belg, Zweed…. Ook Indo’s zelf maken
vaak de denkfout dat ze als het ware uit twee helften bestaan. Hun ‘zwevende
positie’ ginds was niet het gevolg van dat zogenaamde dubbelzijn (als
dat woord al bestaat), maar van rassenverschillen en het toepassen van
het verdeel-en-heers-principe door de toenmalige blanke machthebbers.
De gemengdbloedigen (Indo’s) werden als een apart volk beschouwd en
ook zo bejegend, er waren wijken met aan het hoofd een uit hun midden
stammende majoor (vergelijk het Engelse mayor voor burgemeester). Pas
rond 1900 werd die groep bij wet tot de Nederlanders gerekend, maar
wet en praktijk bleven van elkaar verschillen. U leze daarover meer
op onze website.
Een ander voorbeeld: Jiddisch is Jiddisch zoals een roos een roos is.
Jiddisch namelijk ontstond in de tijd dat joden met de Romeinen meetrokken
naar een gebied dat ongeveer uit het hedendaagse Duitsland bestaat en
delen van Oostenrijk en Polen. Ook daar ontstonden gemengde relaties.
De joden spraken aanvankelijk Hebreeuws, maar dat vermengde zich gaandeweg
met de ginds gesproken talen en dialecten: daaruit ontstond het Jiddisch,
een taal even ‘autonoom’ als iedere andere taal. En waaraan ook andere
cultuurspekten verbonden raakten en uit ontwikkelden, even eigen als
die van bevolkingsgroepen rond hen. In Israel werd op Jiddisch neergekeken
(Ben Goerion, de eerste president van dat land: ‘Als ik Jiddisch hoor,
moet ik kotsen!’). Nu is men, joden, trots op het Jiddisch dat heel
populair is geworden, in Israel, maar bijvoorbeeld ook in de Verenigde
Staten waar Jiddisch op universiteiten wordt gedoceerd. Bashevis Singer
schreef in het Jiddisch en kreeg daarvoor de Nobelprijs voor literatuur.
Misschien is een nog beter voorbeeld, het aan het Petjok verwante Zuid-Afrikaans.
Ontstaan uit een mengvorm van Maleis (jazeker!) en Nederlands uit de
VOC-tijd. Aanvankelijk gelijkend op het Petjok. Het Maleis stamt van
bevolkingen uit de Indonesische archipel, naar ‘de Kaap’ gebracht door
de VOC. Vanuit een Petjokachtig begin, laat ik het Afrikaans-Petjok
noemen, ontwikkelde het zich tot wat we nu kennen als Zuid-Afrikaans.
Maar nog steeds wordt door de Kaapse ‘Maleiers’ ‘Afrikaans-Petjok’ gesproken
(zoals ook Indo’s nu nog Petjok spreken), daarin verhalen en gedichten
geschreven.
De ‘taal’ Petjok, ofschoon op de Leidse Universiteit al geruime tijd
bestudeerd en gedoceerd, zou zeker ook door de ‘Indische’ gemeenschap
zelf bestudeerd moeten worden en in praktijk gebracht. Vroeger, in de
nadagen van de VOC en ook nog daarna, was Petjok (Bataviaans, Indisch-Nederlands)
een gangbare taal voor Indo’s en Hollanders onderling, ook in het zakelijke
verkeer: brieven, boekhoudingen, contracten en andere overeenkomsten
werden daarin gesteld. En later schreef Tjalie Robinson in die taal
(Ik en Bentiet), en ik doe dat en ik vertel daarin. Er is geen sprake
van dat Petjok ‘noch hom noch kuit is’, zoals u stelt.
Ik hoop dat mijn uitleg bevredigend is. Het zou erg leuk zijn als u
mijn boek “Leew is tijher, alleen sijn celana monyet met sonder strepen.
PETJOK” zoudt aanschaffen. Zie daarvoor de pagina Boeken & Prijzen
van onze site. U steunt daarmee ons doel Indische Cultuur (in) Beweging.
Verder is het misschien een goed idee om mij ‘ns uit te nodigen op een
van de bijeenkomsten van uw vereniging “(M)ULO te Bandoeng) “ om daar
mijn voordracht Over en in Petjok te houden. Ik toon daarin in vogelvlucht
de ontstaansgeschiedenis van Petjok en de strijd daartegen van de kant
van Nederlandse taalpuristen. Een voordracht die van rijd tot tijd hilarisch
is en verder rijk aan annekdoten en verhalen in Petjok. Zie voor meer
informatie daaromtrent de pagina Optreden van onze site www.tjaberawit.com.
Met vriendelijke
groet,
Dane Beerling.
...
Hieronder een reactie
van de heer Hoekstra uit Phoenix
(USA).
Uw website wordt door mij ten zeerste geapprecieerd. Het brengt
bij mij herinneringen naar boven die al lange tijd in mijn onderbewustzijn
diep begaven waren geweest, maar die door de huidige wereldomstandigheden
weder naar boven zijn gedreven. While surfing de Internet en bij gissing
de naam Dutch East Indies in te tijpen ben ik op uw website terechtgekomen.
Al de artikelen door u beschreven heb ik persoonlijk doorgemaakt. Ben
in Augustus 1940 in Meester Cornelis, Batavia geboren, heb met mijn
ouders en grootouders de Japanse overheersing doorgemaakt en overleefd.
In Oktober 1945 waren wij gerampokt, maar ons leven werd op ongelooflijke
wijze gespaard doordat mijn grootvader onder de jonge rampokkers zijn
voor de oorlogse tuinjongen herkende en hem in zijn eigen taal aansprak.
Al wat zij konden meenemen werd wel meegenomen en de rest werd kort
en klein geslagen. Hebben daar drie dagen in de Goed Herder doorgebracht
samen met al de wand- en beereluizen die de Kempetai had achtergelaten.
Daarna overgeplaatst naar het 10de Bataljon in Kwitang bij Pasar Senen.
Daar hebben wij de grootste slachtpartij meegemaakt.
Van 1948 tot 1952 in Menteng Poeloe gewoond. In 1952 naar Nederland
gerepatrieerd. Daar tot 1962 gewoond. In die tijd waren er geen boeken
of geschriften die de "Indische Cultuur" en de "Indo"-geschiedenis
beschreven. Total Cultural shock. For the Dutch more so, due to ignorance
and lack of education in this field. I Iearned that many knew very little
about the Dutch East Indies. "Indo’s" were treated like second-class
citizens.
By the way, the ethnic identification "Indische Nederlander "
is, in my opinion, incorrect. The terminology "Eurasian" seems
to be more proper to me. All one has to do is look at the family name.
Many of us "Indo’s" are of European and Asian descent. My
last name suggests I am of Dutch (Frisian) descent. However from my
mother's side I am of German and native Indonesian origin. My grandmother
was of Javanese and my great-grandmother of Amboinese descends. To deny
this would be lying to oneself, would it not?
In 1952 met de nieuwe wereldvolksverhuizing naar de US geïmmigreerd
en tot op heden wonende in Phoenix, Arizona, de vijfde grote stad in
de Verenigde Staten.
Anyway, I really enjoy your site. Very interesting and educational especially
for the younger generation whose parents were ashamed to teach their
kids about their heritage. Thank you so much. By the way, did Rob Nieuwenhuys
land his parents live in the pension Kasteel van Antwerpen in Baarn
during 1952/1953.
Anyway, thanks again and keep up the good work. Please pardon my "Petjok"
Dutch-English.
So long from Phoenix, Arizona the Grand Canyon State.
Robbert Hoekstra.
N.B.
Tjabe Rawit: Indo’s en andere bevolkingsgroepen van Europees-Aziatische
afkomst vallen onder de term Eur-Asians (Engels) of Eur-Aziaten (Nederlands),
maar zij vallen niet alle onder de term Indo-Europeaan c.q. Indo. Derhalve
is Indo-Europeaan c.q. Indo wel degelijk correct.
...
De
hieronder volgende bijdrage, die door ons (Tjaberawit) een beetje is bewerkt,
kregen we toegestuurd van de in Zweden wonende R. Nilant, en bestaat uit
delen van bijdragen van F.L. Feisser in het blad De Brug, de nummers 7
en 8, april en juni 1979.
“STAATSBLAD-NEDERLANDERS”
De
oorsprong van de Franse Revolutie (begonnen op 14 juli 1789), moet ruim
een eeuw eerder gezocht worden. Hetzelfde kunnen we zeggen van de Indonesische
Revolutie, die niet dateert van 17 augustus 1945, maar van bijna vierhonderd
jaar eerder, toen de eerste Hollandse koopvaarders onder bevel van Cornelis
Houtman op de reede van Jacatra verschenen.
Zij kwamen er om handel te drijven en anders niets. Het voormalige Nederlands-Indië
is nimmer een kolonie geweest zoals bijvoorbeeld Noord Amerika, Canada,
Zuid Afrika en Australië. Het aantal in Nederland geboren en getogen
Hollanders in Indië heeft op zijn hoogst 40.000 bedragen, nog geen
4 op de 1.000 inwoners. Die getallenverhouding maakte een “Verdeel en
heers” politiek noodzakelijk. In Indië werd de onenigheid tussen
Inlandse vorsten aangewakkerd, met de Hollandse koopman als een lachende
derde. Gezien het feit dat het om handeldrijven ging en niet om het koloniseren
van de eilanden van de Indische archipel, is Europese vrouwen eeuwenlang
verboden geweest om naar Indië te gaan. De Hollanders knoopten relaties
aan met inheemse vrouwen, en zo ontstond een gemengdbloedige bevolking,
met later de politieke status van Nederlander. Maar dat gold alleen voor
diegenen die waren geboren uit een legitiem huwelijk of die waren erkend
door een Nederlandse of althans een Europese vader.
Die gemengdbloedigen werden tenslotte Indo-Europeanen genoemd en vormden
een aparte ‘zwevende’ (Rob Nieuwenhuys) bevolkingsgroep. Het aantal van
hen werd in 1940 geschat op ruim 300.000, maar het aantal niet-erkenden
bedroeg, naar een schatting van Prof. W.F. Wertheim, ongeveer 8 miljoen.
Het aantal in Nederland geboren en getogen volbloed Nederlanders (baren,
totoks) in Indië was verhoudingsgewijs te verwaarlozen, gezien de
ca 40.000 op 80 miljoen Indonesiërs. (Het aantal in Indië geboren
totoks (blijvers) wordt niet vermeld. B.B.). Tussen hen en de niet-blanke
bevolking gaapte een onoverbrugbare kloof. Sutan Sjahrir spreekt in zijn
memoires van een “kloof die breder was dan de geografische afstand, want
die was tenminste nog te overbruggen per schip of vliegtuig”. Deze totoks
sloten zich het sterkst af van de overige bevolkingsgroepen en spreidden
een hoge graad van snobisme ten toon door te leven zoals de beter gesitueerden
in Europa, ofschoon zijzelf daar grotendeels niet uit afkomstig waren.
Heimwee naar Indië moet men dan ook altijd met een korreltje zout
nemen. Verlangt men werkelijk terug naar land en volk, of betreurt men
het verlies van het grote huis, de vele bedienden, de auto met chauffeur?
Het eerste is nauwelijks denkbaar, want kennis van de taal, laat staan
van de volksaard en cultuur, was uiterst mager, of bestond helemaal niet.
Hierbij speelde het onderwijs een voorname rol. Nederlands-Indië
kende twee van elkaar gescheiden onderwijssystemen, één
voor de (semi) Nederlanders en één voor de Indonesiërs.
Het eerste was een getrouwe kopie van het Nederlandse, en geheel ten dienste
van de koloniale politiek. Een soort onderwijs dat voor Indo-Europeanen
leidde tot geestelijke verminking, tot waanbeelden betreffende hun politieke
en sociale status, en dat hen maakte tot “marginale” Nederlanders in plaats
van trotse en zelfbewuste Indonesiërs. Surie definieert de marginale
mens als “een individu dat in fundamentele onzekerheid verkeert over zijn
sociale positie en ‘rolverwachtingen’, doordat hij - behorend tot een
minderheidsgroep -, zich refereert aan een dominante groep die hem (nog)
niet of slechts ten dele accepteert en die zijn aspiraties geheel of gedeeltelijk
bepaalt”.
Met Indo-Europeanen wordt die kleine groep (250.000 tot 300.000) inheems-Europese
gemengdbloedigen bedoeld die in de zin der wet, maar zeker niet in de
praktijk van het dagelijks leven in het voormalige Nederlands-Indië,
tot de Europeanen gerekend werden. De benaming Indo-Europeaan is even
afschuwelijk als dwaas. Maar in Nederlands-Indië sloeg het idee van
de benaming “Indo-Europeaan” aan, maar wel met het accent op “Europeaan”.
Indo’s werd n.l. voorgespiegeld dat zij (vanwege hun Europese bloed. B.B.),
als lagere ambtenaren en met het “uitsluitend” voorrecht van de dienstplicht,
zich ver verheven moesten voelen boven de geminachte Inlander. Veel Indo’s
voleden dat ook werkelijk zo. Voor de totok had de Indo een heilig respect.
E.F.E.
Douwes Dekker (alias Setiabuddhi, en een achterneef van Multatuli) richtte
in 1912 de Indische Partij op. Hij stelde dat Indo’s vóór
alles Aziaten en Indonesiërs waren, en dat zij zich nimmer met de
Hollanders moesten associëren. Hij ging ervan uit dat Indonesië
vrij zou worden, en voorzag voor Indo’s, niet meer dan “staatsblad-Nederlanders”,
grote moeilijkheden. Hij heeft zijn gelijk nog éven kunnen meemaken
- lang nadat hij, samen met andere voorlieden zoals Tjipto en Surjaningrat,
uit Nederlands-Indië werd verbannen.
In december 1949 werd overeengekomen dat Nederlanders ouder dan 18 jaar,
die in Indonesië waren geboren, of daar tenminste zes maanden hadden
gewoond, twee jaar de tijd kregen om te opteren voor Warga Negara (Indonesisch
Staatsburgerschap). Indonesiërs konden “opteren” voor het Nederlanderschap,
als zij daar redenen voor hadden (bijv. angst voor represailles door hun
samenwerking met de Hollanders in de koloniale tijd).
Voor de Indo-Europeanen bleef de animo zó ver beneden de verwachtingen,
dat een paar weken vóór het aflopen van de termijn de toenmalige
Hoge Commissaris Lamping een toespraak hield, waarin hij die optie sterk
aanbeval en plechtig beloofde dat de Nederlandse regering de optanten
niet in de steek zou laten. Daarop vertrouwend, kwamen in die laatste
weken meer aanvragen binnen dan in de twee jaar tevoren. Lampings beloften
bleken loos: de optanten werden in de steek gelaten spijtoptanten. In
verreweg de meeste gevallen is de optie onjuist gebleken. De Indo-Europeanen
begrepen niet altijd dat de Indonesische samenleving hen, als opportunisten
beschouwend, niet zou accepteren. W(arga) N(egara) werd ‘vertaald’ met
W(aardeloze) N(ederlander). Daar is in het huidige Indonesië gelukkig
allang geen sprake meer van.
De Indonesische regering hield zich aan de logische bepaling dat een aangevraagde
nationaliteit eerst rechtsgeldig was (is) indien de regering die officieel
heeft verleend (publicatie in de Staatscourant, respectievelijk Berita
Indonesia). In Den Haag echter dacht men anders over de optanten, daar
wilde men liefst zo gauw (en vooral zo goedkoop) mogelijk af van de ”staatsblad-Nederlanders”,
zij die door Drees Sr. “Nederlanders, niet in de strikte zin van het woord”
werden genoemd. Het is een onvervreemdbaar recht van elke souvereine regering
om te beslissen of iemand staatsburger kan worden of niet. Maar van veel
Indo’s toen, werd hun Nederlanderschap al afgenomen vóór
de Indonesische regering over hun Warga Negaraschap had beslist.
---
SINJO
De
Indo, prachtig en herkenbaar getekend in het volgende fragment uit Bevrijding
zonder bevrijders van
Rudy Verheem
1979:
“De sinjo, door kind-zijn in een koloniale structuur, balanceerde
tussen de twee polen, meesters en dienaren. In de voor- en hoofdvertrekken
de ouders, in de bijgebouwen het inheemse personeel, daartussen het kind,
behorend tot beiden. Twee talen, vóór in het grote huis
de hard-heldere klanken van de Europese spraak, in de kleine kale kamertjes
op het achtererf de zangerig-donkere geluiden van Azië. Bij het kind
elke taal in accent en nuance gekleurd door de andere. Twee culturen,
de uitersten der wereld, in één mens doordringend. Verbaasd
de inheemsen over dit kleine leven, zo anders en toch met hén voedsel
en taal delend; verbaasd de ouders over de afstammeling, denkend, sprekend
en bewegend als de dienaren. Vóór in het grote huis stoelen,
rechtop aan tafel, schoenen aan, aardappelen en recepten van ver over
zee; áchter gehurkt op de grond, rijst, roedjak en mierzoete Javaanse
lekkernijen. Vóór de piano, Europese boeken, soms dominee
of pastoor, áchter de gamelan, hanengevechten, verhalen over spoken
en geesten, gebruiken volgens de Islam. Vóór het nauwelijks
bestaan van de blakan1, áchter het verre begrip van de roemah besar2.
Europa en Azië, zich ineenstrengelend in (…) de sinjo.”
1Bijgebouwen, blakan/blakang is achter, 2 voorhuis, lett. het grote huis.
Bevrijding
zonder bevrijders door Rudy Verheem is meer dan de moeite waard
om gelezen te worden door Indo's, door totoks, door iedere Nederlander.
ISBN 9060450949. Uitgave: Hollandia B.V. Baarn 1980.
---
DONATIES
Vindt u het werk van Indische
Cultuur (in) Beweging
en Tjabé Rawit belangrijk? U kunt ons financieel
steunen. Stort uw vrijwillige bijdrage op giro 4580865 t.n.v. D.W.Beerling
te Amsterdam o.v.v.: donatie.
---
‘Rewel’:
“Wat heeft U toch n fantastische verhalen en gezichtspunten en opinies
op uw website! Het is ‘n paar weken geleden dat ik goed nijdig werd op
‘n tottoker die naar Australie geëmigreerd was en zich voor Indo
uitgaf. Mensenkinderen!, met de mentaliteit van ‘t vooroorlogse Indië
en koelit badak op de koop toe ook nog. Was vreselijk nijdig op me toen
ik zei dat als je ‘n Indo of n Indische Nederlander wilt zijn, dan heb
je in ieder geval ‘n Indonesische, Javaanse, Sundanese of iemand van ‘n
Indonesische eiland als je voorouder/moeder... Wanneer je ‘n Hollander
bent die alleen maar voorouders uit NL heeft en er is geen menging gebeurd
met ’n Indonesische, dan ben je geen Indo.
Sudah ik erger me na al die jaren dat ik al uit NL weg ben nog aan die
lui. Ze zijn echt kesassar. ‘t Geeft niet of ze in Holland gebleven zijn,
of ergens anders naartoe geëmigreerd, dikhuid blijft dikhuid. Koelit
badak zeiden we vroeger toch altijd?
Ik hoop niet dat u het erg vind dat ik U email hierover. Werkelijk waar,
uw website is hardstikke goed in mijn ogen en in mijn opinie. Als anderen
er anders over mochten denken, dan hebben ze geen verstand van wat goed
is!
Al deh, ik ga maar koppie tubruk minum en mijn hartpil innemen, anders
setraks dat ding weer repot en moet ik weer ‘n week gaan rusten!
Si nonnie rewel en ribut van Canada. Vicky Warren-van Leuven Kouthoofd.”
---
Goedemiddag
allen!
Vandaag heb ik voor het eerst met TJABERAWIT kennisgemaakt, wauw pedis
hoor! Goed dat ik van lombok hou.
Geweldig zijn de opgenomen teksten zoals halus en Indose en Totokse cultuur
die voor velen eye-openers zijn.
Ik ben zelf een simpele Indo die niet Indisch is (bouwjaar 1952 post Indië
tijd) maar ik heb me regelmatig verbaasd en geërgerd aan de nonchalante
toekenning van vooral de Indische en Indose achtergrond. Bovendien door
niet te weten waar de grenzen eigenlijk liggen, bevestigt men juist dat
het Indisch of Indo zijn onbelangrijk is.
Er was een tijd dat men (ook Indo's t.o.v. Indo's) op mensen neerkeken
wanneer men geen keurig ABN wist te produceren, gelukkig is het dankzij
de erkende allochtonen niet meer zo (erg) .
Wat me erg tegenstaat is de willekeur van gerechten voor de Indische Keuken.
Men noemt rendang Indisch eten terwijl de echte Indische keuken zelf zo
veel lekkere dingen kent waarvan de meeste mensen het bestaan misschien
nog maar vaag weten. Bijvoorbeeld pastel tutup of zwart zuur van eend
of "erwtensoep" van kacang hijau, ach vruchtenpuddig van agar-agar
met die heerlijk rumvla.... en nog veel meer.
Al, sudah!
Ik geniet van jullie website, hou het karakter alsjeblieft.
Vriendelijk groetend,
Nan Kasanpawiro-Herbig
...
HERKENBAAR
"Beste
Mensen,
Bedankt en een
groot compliment voor hetgeen u hebt verwoord. Het is herkenbaar en het
raakt je in essentie.
Ik ben een zoon van een Javaanse vrouw uit gombong, vader (Hollander uit
Enkhuizen? Red.) hoofd-inspecteur van politie te Medan. Mijn roots liggen
in Enkhuizen en Gombong.
Ik heb me verscheurd gevoeld zoekend naar m’n indentiteit, ik heb de rust
gevonden in het besef dat we allen kinderen van deze aarde zijn en dat
al het andere van minder belang is.
De Blanda* heb ik gepareerd door hem op dezelfde wijze van repliek te
dienen.
Bescheiden en kwetsbaar heb ik me opgesteld tegen mijn Indo landgenoten,
tegenover een Blanda je bescheiden opstellen is iets dat door maar weinigen
wordt begrepen, helaas.
H. Petta"
Door de redactie ingekort.
* Blanda, Belanda
= Hollander.
___
IK
GENIET Tan Schutte
Jouw
site over Indo. Hartstikke toe de point!!! Echt HULDE. De uitleg kwam
mij goed van pas. Vooral die rond de 35 jaar verslikken zich in hun Indo
zijn. Een zoonlief voelt zich te veel blanda*, als hij wat ouder is zal
hij wel veranderen, want de rest van de familie is er content mee. Grappig
is dat een Amerikaanse neef wel weet dat hij een Indo is, maar zijn roots
niet kent. Er zijn zo veel luitjes die die niet kennen, vanwege dat men
toen in Indië, de ouwelui althans, zich meer blanda voordeed dan
de blanda zelf was.
Dane houden zo. Ik geniet ervan.
Lieve groetjes.
Tan Schutte.
................
*Blanda/Belanda
= Hollander.
--------
INDISCH
ZIJN IS
NIET
GENOEG Hope Hetty Mulder
(Fragmenten
uit een reactie aan Lilian Ducelle naar aanleiding van haar discussie
“Indisch in de uitverkoop!” op 20 september j.l. in gebouw de Sierkan
in Den Haag. Aan ons gegeven door Lilian Ducelle: ‘Hope is, geloof
ik, een van de weinigen die begrepen heeft waar het bij mij om ging. Er
zijn heel mooie fragmenten in haar stuk, misschien ook bruikbaar voor
jouw Tjabé Rawit Spésial.’).
“De
Indische cultuur heeft, net als alle andere culturen, positieve en negatieve
'karaktertrekken'.
Niemand
heeft gevraagd in een bepaalde cultuur geboren te worden; het is een gegeven,
dat we gratis voor niets mee of tegen hebben.
Wordt
een (negatieve) Nederlander vaak neergezet als brutaal, bot, lomp,
gierig, ongevoelig, de Indo als te bescheiden, overgevoelig, niet
met geld kunnen omgaan, een zacht eitje = niet opkomend voor z'n eigen
rechten, emotioneel en weinig zakelijk, altijd over eten pratend.
(…)
Maar
alle negatieve karaktertrekken hebben ook een positieve keerzijde: gierig
zijn betekent ook goed kunnen sparen. Bot en lomp is onprettig, maar wel
eerlijk; en als het er eenmaal uit is, kan de lucht ook geklaard zijn.
Veel Indo's potten hun ware gevoelens op en blijven te lang met onvrede
doorlopen, haatdragend
tot in de eeuwigheid!
Bescheidenheid
is een mooie eigenschap, maar het durven opkomen voor rechtvaardigheid
en voor kwetsbaren is nog beter. Hartelijkheid en gastvrijheid zijn prima,
maar zakelijk denken aan later en verstandig omgaan met geld is niet verkeerd.
Mijn punt is, dat elke cultuur z'n positieve en negatieve
eigenschappen met zich meebrengt. Het lijkt me goed om van elke cultuur
het beste mee te pikken en… uit te dragen!
Er zijn meer eigenschappen waar een echte Indische opvoeding
om bekend staat: je waardig gedragen, behulpzaam zijn, zorgzaam, hartelijk,
eerbied hebben voor ouderen en anderen, bescheiden zijn (niet te),
trouw en betrouwbaar.
Deze eigenschappen zijn niet alleen aan de Indo voorbehouden,
maar ik denk dat wij deze eigenschappen als basis van onze oudere generatie
hebben meegekregen. En geven we deze - als Indo’s - ook door? Of noemen
we lekker makan-makan én er over praten, gezellig omong-omong over nonsens
(op zijn tijd leuk, hoor), ‘de basis van ons Indisch zijn?'
Zijn we trots op ons Indisch-zijn, zonder dat uitbundig
te etaleren of ons af te zetten tegen het Nederlands (want het etaleren
en afzetten noem ik 'indisch-doen')?
Loze bombarie en schijnvertoningen, onjuiste interpretatie
zijn een karikatuur van "Indisch" en moeten overboord gegooid
worden. Inderdaad: “Indisch in de uitverkoop!”.”
(…).
---
Leren,
Kennen, Spelen (met Indische Cultuur).
Dane
Beerling, oktober 2003
Een
afgehakte vinger is een afgehakte vinger, of, als u dat liever is: een
roos is een roos is een roos is een roos. Het Indisch van de meeste Indo’s
uit Indië is Indisch. Ik neem aan dat dat bestaat en dan is het eigene
van totoks uit Indië het-eigene-van-totoks-uit-Indië. Zo is het Nederlands
het Nederlands ook al is die taal eveneens onderhevig aan allerlei spellings-
en andere veranderingen. Petjok is Petjok, maar ook die ‘taal’ stond en
staat onder invloed van allerlei nieuwe ontwikkelingen, niet in de laatste
plaats van mijn hand. Ik ken Nederlands en Petjok voldoende, denk ik,
en daarom kan ik met beide talen een beetje ‘spelen’ (= ontwikkelen, tenminste
het gebruik). Maar het begint allemaal wel met het kennen van het
materiaal door dat te léren kennen om er vervolgens mee te spelen.
De
Indo cultuur is divers. Maar die is (evenals elke andere cultuur)
dynamisch. Echter dynamisch of niet, cultuur blijft cultuur zolang die
existeert. Vaak gaat het bij “Indische Nederlanders” om weinig meer dan
enkele aspecten. Maar we hebben we het toch nog altijd over cultuur.
De
term “Indisch” veronderstelt iets, namelijk kennis over wat Indisch
is. Ook bij jongeren die zich Indisch noemen zou je dat mogen veronderstellen.
Anders is het onzin. Niet voor niets wordt ouderen met een Indië afkomst
gevraagd om over hun verleden (te komen) praten. Waarom zou je ze dat
anders vragen?
Men
mag vinden dat het proberen te achterhalen (via het bestuderen en nógeens
bestuderen, via het vergelijken en nógeens vergelijken) van hoe dingen
in het verleden werkelijk, of bij benádering werkelijk, in elkaar hebben
gezeten geen zin heeft.
Ik
denk daar anders over. Ik vond en vind dat het heel zinvol is, integer
ook, de kans op flauwekul daardoor klein. Door dat onderzoek kan je in
de meeste gevallen voorkomen dat je jezelf en anderen op een dwaalspoor
brengt, in anstiel verzeild raakt.
Niet
automatisch Indisch.
Opvallend
is dat Indo’s zich niet hoeven te verdedigen omtrent hun mening over Indisch
en Indo’s, tegenover Indo’s (uitgezonderd misschien ‘Indo-kesasars’
= verdwaalde Indo’s, zich totok gedragende Indo’s). Dat moet wel
tegenover de totoks uit Indië. Tussen jongeren (Indo’s en totoks) en oudere
Indo’s betreft het het ‘klassieke’ generatie-conflict, en die is van alle
tijden en alle afkomsten. Zelden is serieus sprake van het oneens zijn
over Indisch omdat daarvoor bij de jongeren vaak de kennis ontbreekt over
Nederlands-Indië.
Ik
blijf erbij dat het zijn van een nazaat van iemand uit het voormalige
Nederlands-Indië niet automatisch betekent dat die nazaat in culturele
zin, in houding en gedrag Indisch is. De invloed van de Hollandse omgeving
hier is daar debet aan, maar meestal tevens het ontbreken van interesse
in de achtergrond van de ouders en de geschiedenis van hun land van herkomst.
Het is geen verwijt, maar een vaststelling.
Nazaten
zijn wel Indisch in de moderne antropologische zin van: afstammelingen
van hen die afkomstig zijn van het voormalige Nederlands-Indië. Maar
zeker niet automatisch ook in culturele zin, verre daarvan vaak.
De journalist Joop van de Berg, een uit Indië stammende totok, stelde
eens dat Indisch zijn bepaald wordt door ‘de verhouding die
je tot dat land had’. Ik bestreed dat niet, maar vulde wel aan dat
die verhouding mede bepaald werd door de positie die je er had als gevolg
van ras en bejegeningen die daarmee samenhingen. Zij die uit Indië
kwamen zijn daardoor gevormd, door die cultuur, want ook dat is cultuur,
of misschien wel juist dat. Uit die positieverschillen zijn tevens en feitelijk verschillende bevolkingslagen gaan ontstaan - en die
een paar honderd jaar voortduurden - met ieder eigen kenmerken.
Tot in de huidige tijd aan toe zijn die manifest, blijkt uit mijn bevindingen
en die van anderen.
Kritisch
Onderzoek.
Indische
cultuur is, verwaterd of niet, Indische cultuur en niet Indonésische
cultuur of Hollandse of Europese cultuur. Een Marokkaan is een Marokkaan,
een Molukker een Molukker. Tussen een Marokkaan die een christen is en
een moslim Marokkaan zijn cultuurverschillen, maar er zijn ook overeenkomsten.
Wat ook geldt voor de christelijke en islamitische Molukkers. Er zijn
meer verschillen: bijvoorbeeld die tussen de van oorsprong tangsi-Molukkers
(militaire, en bovendien onder leiding van Europeanen) en Molukse dorpsbevolkingen
op de Molukken. Er is niemand die dat soort zaken niet erkent. Maar met
de verschillen in kenmerken tussen de totok en totokse cultuur en aan
de andere kant de Indo en Indo’se cultuur mag je niet aan komen zetten?
Ik
heb weleens de indruk dat jongeren de gemakkelijke, en vooral oppervlakkige weg van het exotisme bewandelen en hun zo gevormde, dus op nauwelijks
of geen kennis gebaseerde, ‘Indisch’ niet willen prijsgeven. Ze doen maar,
maar vraag mij niet om langs te keren omdat ik zo het gevoel heb louter
als ‘dekmantel’ te moeten dienen. Het is om dit alles dat ik discussiestukken
schrijf zoals bijvoorbeeld “Playback” (Zie Halus
op www.tjaberawit.com).
Uit
vrijwel al mijn verhalen, essays, studies, commentaren, columns, voordrachten
kan men niet iets anders destileren dan de volgende stelling: Om iets
te kunnen ontwikkelen en toepassen moet je weten wat dat iets ís.
Begin
in ieder geval met het afwerpen van het ons door de 'moderne antropologie'
aangemeten gezamenlijke "Indische Nederlanders"-kleed. Dat ding
stinkt van de daarin geweven leugens, verdoezelingen en anstiel. Mijn
opvatting is dat de dragers van de Indische cultuur, in de Indoose vorm
of de totokse, te vinden zijn onder de Indo’s en totoks uit het voormalige
Nederlands-Indië. Het kritische onderzoek zal primair per Indoose en totokse
bevolkingsgroeplaag moeten plaatsvinden, eer, tenslotte, tot een werkelijk
beeld te kunnen komen van ‘de Indische cultuur’.
...
Klik
op "INDISCH" LEZING INOG
om daar naar terug te keren,
of klik Index = home.
!U
bent vrij om gegevens, artikelen, gedichten enzovoorts van onze sites
over te nemen voor privé gebruik, maar vermeldt daarbij wel de bron, anders
zouden uw familie, vrienden en kennissen denken dat u de maker
bent.
Overnemen
en publiceren , in welke vorm dan ook, mag alleen met
schriftelijke toestemming van auteur en
Indische Cultuur (in) Beweging.
Bronvermelding
is altijd verplicht. U loopt anders gemakkelijk het gevaar dat u van plagiaat
wordt beschuldigd. In het openbaar overkomt dat Adriaan van Dis nu al
voor de tweede maal.
Copyright © 2006 Indische
Cultuur (in) Beweging
en D. W. Beerling |