Home Artikelen & Nieuws "Indische jongen"
"Indische jongen" PDF Print E-mail

“Ik ben een Indische jongen” door Dane Beerling

Ruimhartig
In haar zeer lezenswaardige essay Er is nalatigheid gepleegd! (De Groene Amsterdammer 11-03-10), hekelt Lizzy van Leeuwen de lui die in NRC Handelsblad van 22 december 2009 onze regering opriepen om nu eindelijk eens te erkennen dat de onafhankelijkheid van Indonesië niet pas op 27 december 1949 een feit was, maar al op 17 augustus 1945, uitgeroepen door Soekarno die ook de eerste president van Indonesië werd. De oproep, ondertekend door onder meer Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Nico Schulte Northolt, kwam als mosterd na de maaltijd. Al eerder namelijk, augustus 2005, was de datum 17 augustus 1945 door Nederland erkend. Toen woonde minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in Indonesië het zestigjarige onafhankelijke bestaan van dat land bij. Hij liet bij die gelegenheid weten, en ik citeer Lizzy van Leeuwen: “dat het Nederlandse kabinet en volk ruimhartig aanvaarden, in politieke én morele zin, dat op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië de facto begon.” Misschien hoort het bij het diplomatieke vocabulaire om de term ruimhartig te bezigen. Maar dat je dat pas zestig jaar na dato doet, lijkt mij eerder een gotspe.

Bersiap* in Mokum!
In 1947, ik was nog geen veertien jaar oud,  kwam ik naar Holland, naar Amsterdam, en werd al spoedig met acties geconfronteerd van duomarechaussees op motorfietsen met zijspan die de trottoirs (in Amsterdam Oost) onveilig maakten bij hun zoektocht naar dienstweigeraars voor de oorlog van Nederland tegen het onafhankelijke Indonesië. Er werd niet gemoord, maar toch leek het wel Bersiaptijd in Mokum! Op de Elandsgracht in Amsterdam deelde de CPN pamfletten uit tegen de oorlog in Indonesië. Maar vier jaar lang heeft Nederland met geweldsmiddelen zoals oorlogen, eufemistisch Politionele Acties geheten, geprobeerd van de onafhankelijke Republiek Indonesië weer Nederlands-Indië te maken. Nederlands-Indië dat als gevolg van de oorlogsverklaring door Nederland aan Japan door de laatste, in 1942, werd bezet, en vanaf dan de facto niet meer bestond. Het Koninklijk Indische Leger capituleerde en de militairen, waaronder mijn vader, verdwenen in verschillende soorten krijgsgevangenen- en werkkampen, waaronder in Japan. Ook burgers verdwenen in ‘Jappenkampen’ of moesten zich (Indo’s voornamelijk) zelf maar zien in leven te houden, zonder financiële middelen, zonder steun van Japanners en weinig tot geen van de Indonesische bevolking.

Nieuw-Guinea
Van ruimhartigheid was ook op het paleis op de Dam geen sprake toen koningin Juliana Indonesië (‘Nederlands-Indië’) aan de Indonesiërs overdroeg. Nieuw-Guinea kregen de Indonesiërs er niet bij. Het Indonesische delegatielid Mohammad Hatta, hij sprak Hollands met een zwaar Indonesisch accent, zei daar toen ongeveer het volgende over tegen de pers: “Wat in vat zit, versier niet.” (Ik schrijf dit zonder spot!). En inderdaad verloor Nederland tenslotte ook Nieuw-Guinea en daarmee haar ‘thuisland’ voor hun Indo’s, ook al was de Indo’s  altijd voorgehouden dat Hólland hun thuis was.
De diplomatieke strijd om Nieuw-Guinea, ‘in het belang van de Papoea’s’ met veel verve gevoerd door Joseph Luns, was vergeefs. De Amerikaanse president Kennedy ergerde zich verschrikkelijk aan de arrogantie van Luns en legde tenslotte de vinger op Luns’ en Nederlands ‘zere plek’: “Waarom willen jullie dat land zo graag hebben? Is dat om de grondstoffen of gaat het om een thuisland voor jullie Indo’s!”   
Al eerder was de Commissie-Werner met een onderzoek in Indonesië bezig geweest met het doel de Indo’s ertoe te bewegen om in Indonesië te blijven. Veel Indo’s zagen dat niet zitten, terwijl men  in Holland ook niet op ze zaten te wachten. Maar bij de beschrijving van de Indo bevolking hanteerde de Commissie-Werner termen die de toenmalige minister-president Dr. Drees ‘aan terminologieën uit Nazi-Duitsland’ deden denken. Dat rapport verdween in een la en is nooit gebruikt geworden. Maar de campagne om Indo’s voor Indonesië te laten kiezen werd voortgezet, waarom de Nederlandse taal het woord ‘spijtoptant’ rijk is geworden. Er waren ook Indo’s die wel voor Indonesië kozen. Weer andere Indo’s trokken naar Nieuw-Guinea.

Anstiel
Jan Pietersz Coen, stichter van het voormalige Batavia, was tevens stichter van afzonderlijke wijken speciaal voor Indo’s. Kemajoran in Batavia was er zo een. Apartheid avant la lettre.
In de ogen van jurist en socioloog Wim Wertheim behoorden Indo’s feitelijk tot de Indonesiërs, en als de Indo’s daar anders over dachten, dan was psychoanalyse een weg om aan dat idee te wennen, zo betoogde de hoogleraar in zijn oratie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam in 1947.
De Indo’s behoorden tot de Indonesiërs noch tot de Hollanders. De schrijver van Indo afkomst Rob Nieuwenhuys zei over hen dat ze in Indië ‘een zwevende groep’ vormden. En dat is altijd zo geweest, ook nadat rond de vorige eeuwwisseling bij wet werd bepaald dat ze tot de Nederlanders gerekend dienden te worden.
De totok (= Hollander,
ook: zuiver van ras) Ben Bot lijkt van dit alles niet op de hoogte, anders zou hij zich in 2005 in Indonesië niet hebben geafficheerd met “Ik ben een Indische jongen”. De Indonesiërs rond Bot wisten natuurlijk wel beter: in hun land wonen vele, vele van oorsprong Indischen, Indo-Europeanen, de Warga Negara’s ([Indonesische] staatsburgers) die destijds wel in Indonesië zijn gebleven. Indisch en Indischen waren altijd en zijn nog immer termen voor Indo-Europeanen. Bernard Rudolf (Ben) Bot, geboren op 21 november 1937 te Batavia, is een kind van totok ouders. Hij behoort daarom niet tot de Indischen, en is dus ook geen Indische jongen. Zich ‘Indische jongen’ noemen door Bot is niet meer of minder dan anstiel.
 
* Bersiap = de gewelddadige periode in Indonesië vrijwel direct na de capitulatie van Japan, waarvan vooral Chinezen en Indo’s het slachtoffer waren.

 

 
Copyright © 2010 TjabeRawit.nl Indische Cultuur (in) Beweging en Dane Beerling
Alle rechten voorbehouden.
Banner