(Informatie over "De Amsterdamse Boroboedoer" vindt u ook verderop op deze pagina).
Reactie op de pagina Indië en Amsterdamse School:
Een bijzonder interessant artikel, maar hou het toch tijdloos, geen politiek statement. Is niet nodig en dus overbodig, leidt af. Verder chapeau.
Frans Boshoff.
Redactie: We hebben hier en daar enigszins aan uw wensen voldaan.
Indië en Amsterdamse School
Gebouw De Bazel gezien vanaf de Keizersgracht. Foto’s: Dane Beerling 2008.
Ik wist lange tijd niet dat de Amsterdamse Schoolstijl werd beïnvloed door de inlandse kunst- en bouwvormen in het voormalige Nederlands-Indië. En pas sinds kort weet ik dat De Bazels creatie bekend staat als “De Boroboedoer van Amsterdam”. Die wetenschap heb ik uit ABG (De Academische boekengids) nummer 71/november 2008, waarin een artikel staat van de hand van Thijs Weststeijn met als titel “De Indische wortels van het Nederlands modernisme”. Een boeiend artikel dat veel verder gaat dan alleen de invloed (over en weer) op de architectuur. ‘De belangstelling van architecten en schilders voor inlandse vormentaal was ook verbonden met ideeën over het bovennatuurlijke.´
Verderop in dit artikel leest u veel meer over de invloed van de Amsterdamse School en Nederlands-Indië over en weer.
Maar eerst even dit.
Bolkestein is Wilders ´grote´ voorbeeld als het gaat om het achterlijk verklaren van de Islamitische cultuur. Wilders wil in Holland er geen moskeeën meer bijhebben en de al bestaande zou hij het liefst onmiddellijk weer slopen. Zijn Fitna is niet veel meer geworden dan een bijeengeraapt zootje, maar toch heeft ie een grote mond over de hoogstaande inbreng van anderen. Kunst in het algemeen noemt ie venijnig en niet zonder kinnesinne “hobby van links”. Met Wilders en de zijnen wordt Holland kunst- en cultuurarm.
Over achterlijk gesproken…
Die 'hobby van links' komt tot nu toe gelukkig nog aan zijn trekken. Dankzij Wilders’ “linkse hobbyisten” genieten we van de puike TV-programma’s die er nog zijn. Helaas moeten we daarvoor, behendig zappend, laveren tussen de grote hoeveelheid platvloerse, grove rommel en nikserigheid. Als het aan Wilders en de zijnen ligt, krijgen we straks alleen nog maar dat spul. Dat gezap heeft me inmiddels RSI bezorgd. Maar ik blijf toch kien. Nee, ik laat me door Wilders geen oor aannaaien.
Gelukkig kunnen we ons, als we dat willen, ook straks nog steeds cultureel ontwikkelen. Op andere terreinen. Dankzij bijvoorbeeld architecten als Berlage, met een open oog en hart voor kunstuitingen van anderen dan alleen van wat er in Holland werd gemaakt, is ons land gezegend met architectuur die ook internationaal de aandacht trekt. Stromen bezoekers van overal ter wereld komen hier naartoe om daar kennis van te nemen. De inmiddels op veel plekken in Amsterdam gerenoveerde gebouwen en wijken in de stijl van De Amsterdamse School, zijn voor de bewoners ´een feest´ om naar te kijken en om er te wonen. Voor de grote stromen van geïnteresseerde bezoekers uit het buitenland zijn ze een lust voor het oog en tevens bronnen van inspiratie en van het verlevendigen en dus ontwikkelen van de geest. Dat alles is zoals de toenmalige architecten van de Amsterdamse School bouwstijl hebben bedoeld. Ook voor hen was hetgeen werd voortgebracht door andere landen steeds weer bron van inspiratie: een opwindende artistieke wisseling en beïnvloeding over en weer. Het heeft Nederland culturele rijkdom gebracht. Maar ook een Van Gogh, de exposities van zijn werk en waardoor hij werd geïnspireerd, en het werk van zijn collega´s uit zijn tijd, trekken miljoenen bezoekers. Allemaal "linkse hobbyisten"? In Amsterdam was ooit algemeen in gebruik het gezegde "je wordt altijd door een strontkar overreden".
Cultuur is voor Wilders het zijn van Prins carnaval bij de Venlose carnavalsclub De Zatlappen. Ik heb niks tegen carnaval: as ge maor leut het, nietwaar? Maar het je mallotig uitdossen en dronken van kroeg tot kroeg gaan, heeft met cultuur niets van doen. Alsjeblieft Wilders! Mier op met die armoedigheid! Alaaf!
Misschien zijn er onder de aanhangers van Wilders lui die wél wat cultuur willen opdoen. Dat kan. En dat hoeft helemaal niet langs een ‘moeilijke weg’ te gaan en bovendien hoeft Wilders daar niets van te weten.
John Thaw als Inspector Morse
Onlangs keek ik weer eens naar een aflevering van de TV-detectiveserie Inspector Morse - ik heb alle afleveringen op DVD. En geloof me lui, zonder er echt erg in te hebben onderga je naast de lekkere spanning, want het gaat natuurlijk om het oplossen van moorden, ook een aardige hoeveelheid cultuur. Morse is gek op klassieke muziek en daarvan krijg je, geraffineerd gedoseerd gedurende de afleveringen, vele flarden van te horen. Onze Inspector is ook lid van een zangkoor, en uiteraard een koor van hoog niveau. Zelfs cultuurbarbaren kunnen niet anders dan genieten gedurende zijn speurtocht naar de daders van de moorden. In moorden grossiert ook deze serie en komt u ook wat dat betreft niks te kort. Ook de filmbeelden zijn een lust voor het oog. De bedenkers van Inspector Morse maken, zonder daar de nadruk op te leggen, waar wat onder cultuur moet worden verstaan. Cultuur wordt, in willekeurig welk Nederlands woordenboek, omschreven als: beschaving van hoog gehalte. Wat ook zonder meer geldt voor het hetgeen de architecten van De Amsterdamse School hebben geschapen. Zie dat alles aan op deze pagina.
De invloed van de "AMSTERDAMSE SCHOOL STIJL" op het bouwen in het voormalige Nederlands-Indië en andersom. Het doel van de architecten van de Amsterdamse School was o.m. het 'aangenamer' maken van het wonen van een grote groep Amsterdammers. Tot dan woonden ze in vochtige kelders en 'driehoog achter' in de meest armoedige buurten van Amsterdam waar de zon nauwelijks vat op had. In de idee van de Amsterdamse School-architecten dienden het wonen en de omgeving een eenheid te vormen. Er zijn nu prachtige gerenoveerde voorbeelden te zien in de Spaarndammerbuurt en op andere plaatsen (in Oud Zuid).
Uiterst links een sombere steeg, rechts de omslag van de catalogus van de expositie over de Amsterdamse School in het Stedelijk Museum in 1975.
Enkele kenmerken van de Amsterdamse Schoolstijl zijn het burchtachtige karakter (dikke muren en steunberen), naar verhouding kleine ramen en de detaillering die samengaan. Het burchtachtige karakter is het gevolg van, aanvankelijk, het gebruik van klei voor de maquettes. De klei zakt gemakkelijk in elkaar.
Hierboven wooncompleks Burgemeester Tellegenstraat/P.L.Takstraat. Architecten Kramer en De Klerk, en rechts detail van opbouw van het gebouw voor Diergeneeskunde in Utrecht. Arch. Crouwel. De foto's komen uit de catalogus Amsterdamse School van Jan Derwig en Eric Mattie, Architectura & Natura, Amsterdam 1991.
Gebouw De Bazel links gezien vanaf de Keizersgracht en rechts vanaf de Heerengracht. Foto’s: Dane Beerling 2008.
“De Boroboedoer van Amsterdam” (gebouw De Bazel)
“De Bazel” is vernoemd naar de architect Karel de Bazel. Hij bouwde hem voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, nu is het de behuizing van het Amsterdams Stadsarchief. Toen het nog de Nederlandsche Handel-Maatschappij was ging ik daar wel eens heen, een oom werkte daar en met hem meer mensen uit Indië. Dat was in de vijftiger jaren. Voor mij had dat gebouw zonder meer met Indië te maken, niet alleen omdat daar – gezien vanaf het loket van mijn oom - relatief veel Indo’s werkten, maar zeker ook vanwege de stijl, de figuren van de ingang.
De ingangspartij van De Bazel. Foto’s: Dane Beerling 2008 .
Ik wist toen nog lang niet dat de Amsterdamse Schoolstijl werd beïnvloed door de inlandse kunst- en bouwvormen in het voormalige Nederlands-Indië. En pas sinds kort weet ik dat De Bazels creatie bekend staat als “De Boroboedoer van Amsterdam”. Die wetenschap heb ik uit ABG (De Academische boekengids) nummer 71/november 2008, waarin een artikel staat van de hand van Thijs Weststeijn met als titel “De Indische wortels van het Nederlands modernisme”. Een boeiend artikel dat veel verder gaat dan alleen de invloed (over en weer) op de architectuur. ‘De belangstelling van architecten en schilders voor inlandse vormentaal was ook verbonden met ideeën over het bovennatuurlijke.´ Hij verwijst naar een tweetal boeken en een themanummer van De Gids: De boeken “De Bazel. Tempel aan de Vijzelstraat in Amsterdam” van Marty Bax e.a.. Uitgeverij Thoth. Bussum 2007. € 39,90 en “Het regent stenen. De spirituele erfenis van Nederlands-Indië” door Coen Ackers. Bolonggaro Publishing. Amsterdam 2007. € 21,50. “Indië/Indonesië. Themanummer De Gids door Maria Barnas e.a.. Uitgeverij Balans. Amsterdam 2008. Prijs € 8,50.
In Leiden is een straat naar De Bazel vernoemd met daarbij de vermelding: "Architect en sierkunstenaar". Sierkunstenaars kan je gerust laten gelden voor vrijwel alle Amsterdamse School architecten, gezien de vele 'versieringen' aan hun gebouwen.
De Boroboedoer op Midden-Java. Links detail van een foto uit Het land onder de regenboog van Mochtar Lubis, rechts enkele van de 72 miniatuurstoepa's die de bekroning vormen van de Boroboedoer. Deze foto stamt uit Vijftig Eeuwen Bouwkunst van mastaba tot massabouw door Patrick Nuttgens, redactie.
Verreweg de meeste Amsterdamse School architecten hadden geen boodschap aan mystiek, maar zagen het als hun taak om in het Amsterdamse wooncomplexen en buurten te maken voor hen die tot dan in kommervolle omstandigheden verkeerden, ´driehoog achter´ woonden of in vochtige kelders en krotten. Kenmerk is vaak het burchtachtige karakter met dikke muren, kleine ramen, steunberen en van kasteeltorens afgeleide, ronde vormen. Een ander kenmerk is het toepassen van allerlei versieringen, waaronder gebeeldhouwde figuren tegen gevels en aan bruggen en, hier en daar bij parkingangen en golvingen en plooiingen in gevelwanden. Met mystiek hadden die woningen en de omgevingen daarvan, niets van doen. Bij De Bazels Nederlandsche Handel-Maatschappij was daar wel sprake van. Thijs Weststeijn: ´De ontstaansgeschiedenis van De Bazels bouwwerk wordt verhaald in Tempel aan de Vijzelstraat in Amsterdam(…). Zoals kunsthistorica Marty Bax aangeeft, zijn decoratie en opzet van het gebouw doordrongen van een filosofie die De Bazel uit Indië haalde. (…) het bouwcomplex zelf verbeeldt een vergeestelijkingsproces: uit een natuurstenen basis rijst een geplooide gevel, eindigend in een getrapt dak ontleend aan de Javaanse sacrale architectuur.’ En Weststeijn gaat verder: ‘Ondanks deze schatplichtigheid aan inlandse esthetiek schroomde De Bazel niet om zijn ‘Tempel’ te bekronen met beelden van drie gouverneurs-generaal van Indië: Jan Pieterszoon Coen, Herman Daendels en Joannes van Heutsz. Modernistische vormgeving ging hier gepaard met aan het Oosten toegeschreven mystiek en onbeschaamde politieke toe-eigening.´
Het Scheepvaarthuis aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade
1. 2. 3. 4. 5.
1. Het Scheepvaarthuis, 2. De toren gezien vanaf Binnenkant, 3. Hoofdingang, 4. Zijde Prins Hendrikade, 5. Ingang Prins Hendrikkade. Foto's: Dane Beerling 2010.
Een ander, voor mij misschien wel móóier, voorbeeld van Amsterdamse School en de invloed van de ‘inlandse esthetiek’, is Het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Het werd gebouwd door architect J.M. van der Mey (1912-1916). Als sprake is van ’sacrale architectuur’ dan geldt dat zeker voor dit gebouw. Voor de buitenzijde - de zijingang alleen al is prachtig - de dakpartij en toren. ‘Sacraal’ geldt zeker ook voor het interieur.
Mijn vader werkte daar toen hij een punt had gezet achter zijn militaire loopbaan bij het KNIL en later de KL. Ik vond het spannend om er binnen te gaan. Later, toen het GVB daar zat, ben ik er ook vaak geweest en nog altijd maakte het een hevige indruk op me. Het is nu een hotel geworden en heeft men zoveel mogelijk de kamers in de ‘Amsterdamse Schoolstijl’ aangepast. De gasten zullen zich er best een beetje koninklijk voelen. Misschien krijgen ze via Het Scheepvaarthuis ook iets mee over het Indische verleden van Nederland. Voor kunst en architectuur hoef je je niet te schamen immers?
Foto boven: Moskee van Surabaya in 'Arabische' bouwstijl ( J.B.Wolters’ uitgeversmaatschappij 1941) en de stijl van de Amsterdamse School architectuur. Foto onder: Stadhuis van Surabaya, architect C.Citroen. De foto's zijn te vinden in "Ir.F.J.L.Ghijsels Architect in indonesia". Seram press.
Bij het Surabayase stadhuis vallen de overdekte galerijen op, maar meer opvallend zijn de typisch inheemse daken. In Indië is die vormgeving en het ‘stapelen’ door de Nederlandse bouwers op grote schaal toegepast (zie tekening), dat laatste is om de hitte buiten te houden en de koelte binnen te bevorderen. De overdekte galerijen hebben de zelfde functie. De typische daken, de vormen daarvan (maar ook veel andere inheemse kenmerken) vonden hun weg ook in de Amsterdamse School gebouwen in Nederland. Anders dan de gebouwen in bijvoorbeeld Amsterdam (foto’s hieronder) - Amsterdam is bakermat van die wereldberoemde bouwstijl - stonden die in Indië veel meer onder invloed van de inheemse manier van bouwen.
Amsterdamse School architectuur in de Spaarndammerbuurt te Amsterdam. Foto's: Alexandra Beerling-Van de Meer.
Links gevelrij in Amsterdamse Schoolstijl en rechts detail van een hek op de De Lairessestraat in Amsterdam. Foto's: Dane Beerling.
Deze tekening en de foto ernaast van de raadzaal in Minangkabauw zijn uit "Het land onder de regenboog" van Mochtar Lubis. Uitgave A.W.Sijthoff. Foto rechts: Gebouw Rederij Koppe* aan Het IJ in Amsterdam, is van architect G.F. la Croix. Foto: Dane Beerling. Het dak lijkt rechtstreeks af te stammen uit de Minangkabauw (West-Sumatra).
* Gebouw Rederij Koppe staat er sinds een tijd niet (meer) in verband met de enorme verbouwing van en in het Centraal Station van Amsterdam.
Het gebouw Internatio, geopend 1 augustus 1931, is door Ir F.J.L.Ghijsels gebouwd voor de Internationale Crediet- en Handelsvereniging “Rotterdam”. Ghijsels heeft veel gebouwd in Indië. Bij het gebouw Internatio is dat minder, maar veel van zijn andere werk in Indië behoort wel tot de Amsterdamse School en heeft ‘dus’ wel inheemse invloeden.
In het huidige Indonesië is men trots op de bouwwerken van de Nederlanders. Veel ervan is of word gerenoveerd en zijn nog steeds in gebruik. De bouwwerken worden door Indonesiërs gerekend tot het Indonesisch erfgoed.
...
!U bent vrij om gegevens, artikelen, gedichten enzovoorts van onze sites over te nemen voor privé gebruik, maar vermeldt daarbij wel de bron, anders zouden uw familie, vrienden en kennissen denken dat u de maker bent.
Overnemenen publiceren , in welke vorm dan ook, mag alleen met schriftelijke toestemming van auteur en Indische Cultuur (in) Beweging.
Bronvermelding is altijd verplicht. U loopt anders gemakkelijk het gevaar dat u van plagiaat wordt beschuldigd. In het openbaar overkomt dat Adriaan van Dis nu al voor de tweede maal.