|

| |
GENERATIES
INDO'S
Let
op! Vanaf december
2008 wordt www.tjaberawit.com:
www.tjaberawit.nl
Lezing van ongeveer
zes jaar geleden door Louis Doppert. Louis
Doppert
is de auteur van De Eerste Generatie.
Dames
en Heren, Vrienden en Verwanten.
U zult wel begrijpen, dat het niet mogelijk is in een half uur alles te
vertellen over de Generaties Indo’s over een periode van driehonderd jaar.
Ik vertel het U, alsof ik een kali oversteek, springend van de ene steen
op de andere. Verder dan 1941 ga ik niet, want wat daarna gebeurde, is
voor velen van ons nog niet echt geschiedenis.
Europa wilde lekker eten. Lekker gekruid met peper, nootmuskaat en kruidnagel.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC, ging vanaf 1596 alleen en
uitsluitend daarvoor naar Indië: Specerijen kopen en deze naar Europa
transporteren.
Handel drijven met een vreemd volk, met een ander uiterlijk, een andere
cultuur en heel andere omgangsvormen was niet makkelijk.
Er was bovendien iets waar men totaal niet op gerekend had…: De geboorte
van mixtieze, dat wil zeggen, gemengdbloedige kinderen. Half vertrouwd,
half zeer vreemd.
De eerste Indo’s.
Zij werden geboren uit relaties tussen Compagnies dienaren en Inlandse,
d.w.z. Indonesische, vrouwen. Het was voor Europese vrouwen beslist niet
aantrekkelijk een reis van bijna een jaar te maken met een zeilschip via
Kaap de Goede Hoop naar het Verre Oosten. Slechts de vrouw van de Gouverneur
Generaal en één of twee van zijn medewerkers ondernamen
de lange tocht, omgeven door de grootst mogelijke zorg en luxe. De overkomst
van vrouwen van Europa naar Indië zou meer dan tweehonderd jaar zeer
beperkt blijven.
Denkt U niet, dat er tussen die Hollandse mannen en Inlandse vrouwen zomaar
wat gerotzooid kon worden. Niks daarvan! Er moest worden getrouwd. Maar
de Inlandse vrouw moest eerst tot het Christendom bekeerd worden.
Hoe streng Calvinistisch de zeden en gewoonten waren, kan ik met het volgende
voorbeeld toelichten.
Gouverneur Generaal Jan Pietersz. Coen had een knappe pleegdochter. Het
meiske werd op heterdaad betrapt tijdens een vrijage met een jongeman.
De zondige jongeling werd ter dood veroordeeld en opgehangen. Het meisje
kwam er een stuk beter vanaf. Ze werd allen maar gegeseld.
Als wij vandaag de dag zulke strenge maatregelen zouden nemen… onze hele
jeugd zou volledig worden uitgeroeid.
De VOC vaardigde een voor die tijd begrijpelijke, maar toch zeer discriminerende
maatregel uit: Alleen degenen, die in Holland hun opleiding hadden genoten,
kwamen in aanmerking voor de hogere posten bij deze handelsonderneming.
De Indo’s vielen dus buiten de boot.
Niet allemaal. De rijke Indo-families stuurden hun zonen naar Holland
voor hun opleiding. Zij konden, dankzij hun kapitaalkrachtige familie,
belangrijke functies bij de VOC bekleden.
Hoe ontstonden nu die welgestelde Indo-families?
Een aantal hoge functionarissen van de VOC, daar was ook een Gouverneur
Generaal bij ( van Riemsdijk ), kochten grote lappen grond in de Bataviase
Ommelanden. Deze woeste gronden werden door hen in cultuur gebracht.
Zij kwamen tot een sprookjesachtige welstand.
Door een chronisch gebrek aan Europese vrouwen trouwden zij met Inlandse
of met gemengdbloedige vrouwen. U begrijpt, dat na twee of drie generaties
deze families Indo-Europees waren geworden.
In hun paleisachtige landhuizen hielden zij er een stoet van slaven en
slavinnen op na als bedienden.
Maar waar kwamen nou die slaven en slavinnen vandaan?
In 1641 slaagden de Hollanders er in de stad Malacca op het Maleisisch
schiereiland te veroveren. Het was het grootste handelscentrum van Zuid-Oost
Azië en 128 jaar lang in Portugese handen geweest.
De oorlogsbuit bestond uit honderden, wellicht enkele duizenden Maleise
slaven. Men kon ze kopen. We hebben altijd wel vermoed, dat vrouwen meer
waard zijn dan mannen.
Nou, dat klopt. Voor een slavin moest je in het algemeen meer geld neertellen
dan voor een slaaf.
Zij spraken Portugees-Maleis, d.w.z. Maleis doorspekt met Portugese woorden.
Volgens de richtlijnen van het VOC-bestuur moesten de slaven behandeld
worden als eigen kinderen. Bovendien moesten zij tot het Christendom worden
bekeerd. Ze waren te herkennen aan de geruite kaïns, die zij verplicht
waren te dragen. Het was een status symbool, om hen in grote aantallen
als bedienden te hebben. Men vormde huisorkestjes. De slaven speelden
en zongen dan fado’s, Portugese smartlappen. De fado is, zoals U misschien
wel weet de moeder van de krontjong muziek.
De slavinnen maakten zich nuttig in de keuken. Ze konden heerlijke pasteitjes
en risolles bakken. Als U toevallig in Lissabon of Oporto bent, neem dan
eens een kijkje in een brood- en banketzaak. U ziet daar de bekende risolles
en pasteitjes. Alleen de smaak is anders, van Oma veel lekkerder.
De kinderen van de gegoede Indo families werden verzorgd, vertroeteld
en verwend door de slavinnen. Deze kinderen namen de taal, cultuur en
gewoonten van hun verzorgers, de slaven, over.
De jongens moesten naar school en leerden Hollands als een bijna vreemde
taal. Vervolgens werden zij, als het kon, naar Holland gestuurd voor een
verdere opleiding.
De dochters hoefden niet naar school te gaan.
Deze rijke Indo meisjes waren meestal heel mooi gekleed. Ze droegen lange,
glanzend zijden kabayas, schitterende juwelen en kauwden op geurige sirih
pruimen. Zo nu en dan spogen ze een karmozijn rode straal in een zilveren
beker, een zilveren kwispedoor.
Dat moet een prachtig gezicht geweest zijn.
Ze spraken vrijwel uitsluitend Maleis. Wel een klein beetje Hollands:
Dah Tante, Dah Oom. Veel meer zal het niet geweest zijn.
Het Portuees-Maleis werd de taal van de Indo’s.
De Indo’s traden op als tussenpersonen bij de handel tussen de VOC en
de Inlandse bevolking. Voor de verschillende Indonesische bevolkingsgroepen
met even zovele verschillende talen, was het makkelijker de verwante Maleise
taal, met dezelfde grammatica, te leren dan het Nederlands. Het Maleis
drong als handelstaal door tot diep in de binnenlanden van de Indonesische
eilanden. Het werd als zodanig belangrijker dan het Javaans en Soendanees
van het dominante Java.
De officiële taal van de Republiek Indonesië, de Bahasa Indonesia,
is eigenlijk dit Portugees Maleis. De Bahasa Indonesia kent daarom veel
woorden van Portugese oorsprong.
U kent ze wel:
Vlag - bendera – bandeira, Schoen - sepatoe
– sapato, Boter - mertega
- mentega – manteiga, Kerk - geredja – igreja.
Inderdaad, in feite zijn het de Indo’s geweest, die onbedoeld en onvermoed,
deze officiële taal hebben geschonken aan het Indonesische vok.
Terug naar de slavernij.
Na bewezen diensten kregen vele slaven hun vrijheid: Merdeka.
Zij werden Mardijkers of Papangers genoemd. Na verloop van tijd mengden
zij zich met de lagere sociale lagen van van de Indo samenleving. De opbouw
van de maatschapij was niet anders dan in Europa: Een vliesdunne rijke
bovenlaag en daaronder het gewone volk, dat het financieel moeilijk had.
Toch was het mogelijk om aan de armoede te ontsnappen:
Zoals de zeer welgestelde Mardijker Augustijn Michielsz. Hij had een dochter,
die trouwde met de Indisch-Haagse jongen Jan Willem Arnold. Met het geld
van Michielsz lieten ze een aardig optrekje bouwen aan de Javastraat in
Den Haag. Sinds 1910 doet het dienst als Stadhuis.
Je kunt de roddel van Indisch-Den Haag gewoon horen… als echo uit het
verleden.
“Die Arnold, hoe kom hij aan soveel held.”
“ Mòsòh, apa je weet niet. Van sijn frou natirlijk. Sij
is toh de dohter van Michielsz.”
“ O, die rijke tjèt.”
“ Hehe. Niet verder vertellen ja. Haar moeder is een gewone slavin, een
Balinese slavin.”
“ Echt niet verder vertellen ja. Zij is misschien niet eens de dochter
van Michielsz… Geadopteerd !”
Tussen 1700 en 1800 ging het met de Verenigde Oost-Indische Compagnie
bergafwaarts.
1 De VOC was een log apparaat geworden. Naast de handelsactiviteiten moest
ze forten en een leger onderhouden. De VOC was een multinational als de
Shell. Stelt U zich voor, dat de Shell een privéleger er op na
hield en oorlog voerde tegen zelfstandige Aziatische staten om olie te
winnen. Het zou de winst aanmerkelijk drukken.
2 De VOC verloor zijn greep op de vele verre vestigingen. Corruptie was
het gevolg. Haar dienaren gingen handel drijven voor zichzelf i.p.v. voor
de Compagnie.
3 Holland was in slaap gesukkeld. De schepen, eens de beste ter wereld,
waren langzamerhand van een verouderd model. Log en traag vergeleken bij
de Engelse concurrent.
4 Bovendien reageerde men niet slagvaardig genoeg op de veranderingen
van vraag en aanbod.
Maar wat waren het eigenlijk voor mensen, die dienst namen bij de VOC
en naar Oost- Indië vertrokken? De jonge baron, die niet wou deugen?
De man, die vluchtte wegens een duel met dodelijke afloop? Of de man met
liefdesverdriet?
Ze zullen er wel bij geweest zijn.
Voor het overgrote deel was het motief niet zo dramatisch of romantisch.
Ze vluchtten gewoon voor de armoede en zochten een betere toekomst. Holland
werd geregeerd door een kleine machtige kliek van families en vrienden
en daar kwam je niet tussen. Voor de andere Europese staten gold hetzelfde.
In 1786, in de nadagen van de VOC, arriveerde mij betovergrootvader in
Batavia. Hij was een Duitser. Hij had zich laten ronselen, om als soldaat
bij de VOC te dienen.
Ik probeer me een voorstelling te maken, hoe het er toe ging. De reis
per zeilschip duurde tien en met veel geluk bij gunstige wind zes maanden.
Er werden zoveel mogelijk soldaten in het ruim gepropt. Onderweg gingen
er altijd wel een paar dood. De hygienische omstandigheden en de stank
in het ruim moeten verschrikkelijk zijn geweest.
Ik zal U een Franse anecdote vertellen… Echt gbeurd.
Er was eens een markiezin. Haar dochter was getrouwd met een graaf , die
een honderd kilometer verderop woonde. ”Maman” schreef de gravin,” Ik
heb vandaag een heerlijke boswandeling gemaakt en daarna mijn voeten met
fris koud water gewassen.”
De markiezin schreef onmiddelijk terug. De brief werd per ijlbode te paard
bezorgd, keteplok, keteplok…”Lieve kind, wil je Maman beloven, dat je
nooit nooit meer je voeten wast. Daar kun je aan dood gaan!”
Het is niet verwonderlijk, dat 50% van de mannen niet lang na aankomst
in Indië overleed.
Ik geloof, dat mijn betovergrootvader onmiddelijk bij aankomst een emmer
water over zich heen heeft gegooid. Dat is vermoedelijk zijn redding geweest.
De VOC ging in 1796 failliet. Alle bezittingen werden aan de Staat overgedragen.
Dat wil zeggen aan de Bataafse Republiek. Nederland was een satelietstaat
van Frankrijk geworden. Frankrijk en Engeland waren vrijwel constant met
elkaar in oorlog. Holland was niet in staat haar koloniën te verdedigen.
Als laatste werd Java door de Britten veroverd.
De Engelsen noemden de Indo’s half-casts, halfbloeden:
God made the white, the brown and the black. But the devil made the
half cast.
Dat beloofde weinig goeds voor de Indo’s.
Als Luitenant Gouverneur Generaal werd Raffles aangesteld. De Engelsen
waren hoogst verbaasd, dat er zoveel half-casts op hoge bestuurlijke posten
zaten. En het was helemaal te gek, dat er half-casts in prachtige landhuizen
woonden. Lady Raffles was ronduit verbijsterd, toen ze zag, dat Hollandse
en Indische dames in sarong en kabaja bij elkaar op bezoek kwamen en in
deze kledij boodschappen deden.
Dat Indische gedoe moest met wortel en tak worden uitgeroeid. Lady Raffles
was daar zeer fel in: Er werden maatregelen ingevoerd, die een ieder verplichtte
Europese kleding te dragen bij officiële ontvangsten en in openbare
gelegenheden. De Indo ambtenaren werden zoveel mogelijk vervangen door
Engelsen.
De Engelsen droegen in 1816 Indië weer over aan Nederland. Het beleid
van de Engelsen werd door de Nederlanders voortgezet: Geen Indo’s op hoge
posten. Zij werden vervangen door nieuwkomers uit Holland. Dat hierdoor
veel kennis over volk en cultuur verloren ging achtte men blijkbaar niet
van belang.
Een echte Indo-hater was de heer Baud, Gouverneur-Generaal van 1833-1836
en Minister van Koloniën van 1840-1848: Hij was van mening, dat alleen
in Holland opgeleide mensen hoge ambtelijke functies konden bekleden.
Immers de Inlanders zouden een grote minachting koesteren voor de bastaarden
van Europeanen.
Nu moet U even stil zijn, want ik moet iets moelijks voorlezen.
“Alleen import Europeanen kunnen personen leveren in wier handel en
wandel de begeerte doorstraald, om door edel, rechtvaardig en kies gedrag
de Inlanders een hoog denkbeeld te geven van zijn overheersers.”
Voor een bestuursfunctie moest men de Academie in Delft ( opgericht in
1842 ) gevolgd hebben. Het is duidelijk, dat slechts weinig Indo families
de financiële middelen hadden, om hun zonen in Holland te laten studeren.
Ook vond Baud het niet nodig om middelbare scholen te openen. Die Indische
kinderen hadden toch geen ambities en bovendien was het te warm om te
studeren. Desondanks werd na veel vertraging in 1860 het gymnasium Koning
Willem III (KW III)opgericht. Na veel aandringen uit Indië werd,
na de ambtsperiode van Baud, aan de KW III een opleiding geopend voor
het Groot-Ambtenaars examen. Dat was in 1867. Nu konden dus ook Indo’s
assistent-resident en resident worden.
Een andere Indo-hater was veertig jaar later de grote Islam-kenner en
regerings adviseur Snouck Hugronje: Het kan toch niet zo zijn, dat een
resident zo zwart als mijn laars het Nederlandse gezag vertegenwoordigt.
Het keurkorps van het Binnenlands Bestuur mag toch geen kleurkorps worden.
In 1913 werd de opleiding voor het Groot-Ambtenaars examen opgeheven.
Nu iets over het privé leven van deze Indo haters. Dat is echt
voer voor psychologen.
Baud trouwde voor de eerste keer met een Indo vrouw. Hij bezorgde haar
zes zoons en zes dochters. Had hij desondanks slechte ervaringen met een
Indische vrouw? Nou, niet echt.
Hij trouwde als weduwnaar zelfs voor de tweede maal met een Indisch meisje.
Nog wel één die beter Maleis dan Nederlands sprak. Hij kreeg
bij haar twee zoons en een dochter.
En Snouck Hugronje? Hij trouwde eveneens tweemaal. Beide keren met een
West-Javaanse vrouw. De kinderen van beide Indo haters waren dus zelf
Indo’s.
1 Waar komt deze minachting voor Indo’s vandaan?
In Europa was men overtuigd van de superioriteit van het blanke ras. Dit
geloof werd theoretisch onderbouwd door de evolutie theorie van Darwin.
Het idee leek bevestigd door de grote technologische voorsprong, die de
Europeanen hadden op de rest van de wereld. De theorie kreeg weinig kritiek.
Het geeft toch een lekker gevoel, als je zomaar superieur geboren wordt?
Je hoeft er niets voor te doen. De gemengdbloedigen, de Indo’s, stonden
natuurlijk helemaal onderaan de rassenladder. Dat de theorie van Darwin
verkeerd was toegepast wilde men pas tientallen jaren later toegeven.
2 Waarom was men zo onwillig om de Indo’s een goede opleiding te geven?
Daarvoor moeten wij naar de Spaanse koloniën in Zuid-Amerika kijken.
De Spanjaarden stuurden hun kinderen, die ze bij Indiaanse vrouwen hadden
naar Spanje voor hun studie aan middelbare scolen en universiteiten. Rond
1850 maakten de koloniën zich vrij van het vaderland. En jawel hoor,
de leiders van de opstand waren de intellectuele Indiaanse Spanjaarden.
Een soort Indo’s dus. Dichter bij huis, op de Filippijnen gebeurde ongeveer
hetzelfde.
De vrees voor een opstand onder leiding van Indo’s in Indië, het
z.g. ‘Filippijnen-effect’, was de reden waarom men hen geen opleiding
en verantwoordelijke functies gunde. Als je een volk wilt overheersen
moet je het immers dom houden?’
Er bleef tussen 1800 en 1900 nog een laatste bolwerk van welgestelde Indo’s
over. Het bevond zich ver van Batavia. Het had zich gevormd in de zelfbesturende
vorstendommen
Yogyakarta en Surakarta. Daar had het Gouvernement minder greep op. Een
historicus noemde hen de Indo aristocratie. Het waren de landhuurders.
Zij huurden grote stukken land van de Sunan van Surakarta, de Sultan van
Yogya en leden van de vorstelijke families.
Op de gehuurde gronden verbouwden zij producten voor de wereldmarkt, zoals
suiker, koffie, tabak en indigo. De landhuurders trouwden onderling met
elkaar. En al gauw was iedereen familie van iedereen. Hun welstand was
zo groot, dat de vorsten grote sommen geld van hen leenden.
Ik heb hier een lijst van schulden, die de Vorst van Surakarta bij de
verschillende landhuurders had. (Pangeran Adipati Purboyo, P.B.VII).
Ik zal het even voorlezen. De bedragen zijn in Spaanse matten. Een Spaanse
mat is ongeveer een rijksdaalder.
De Heer Wener: 28.649 Spaanse matten.
Dat is tien maal het jaarsalaris van een Leidse Professor in die tijd
(6000 gulden/jaar)!
verder nog schulden aan:
Overste Smith: 4776, De Heer Kuhlo: 5115, Overste Jan Smith: 1041,
Overste Frederiks: 1600, Overste A. Portier: 3034 ½, Mevr. Portier:
346, De Heer I. Frederiks: 188, De Heer Stavers: 3996, De Heer Jouwkes:
431, De Heer Meyer: 570, De Heer H. Mac Gillavry: 300, De Heer Nolten:
126, De Heer Doppert: 906.
Wah, gelukkig niet zoveel zeg. Ik weet niet eens, of ik wel heb teruggekregen
van 170 jaar geleden…Laat maar, ister toch geen Spaanse matten meer.
Ook langs een andere weg werd een web van familiebanden gesponnen. In
die tijd hadden de Sunan en de Sultan behalve één of twee
officiële vrouwen ook nog een stuk of tien selirs, bijvrouwen. Bij
al deze dames had de vorst een groot aantal kinderen, vijftig kinderen
was niet buitengewoon. Het is duidelijk, dat hij beschikte over een astronomisch
aantal zusters, dochters, nichtjes en achternichtjes. Vele van deze meisjes
werden uitgehuwlijkt aan de landhuurders en hun zonen. Zij werden zodoende
tot leenmannen van de vorst gemaakt.
Rond 1890 brak een wereldwijde economische crisis uit. Tot overmaat van
ramp ging deze ook nog gepaard met ziekten van de diverse gewassen op
de plantages. De landhuurders hielpen elkaar als bloedverwanten zoveel
mogelijk. Desondanks gingen de meesten failliet. Het werd een slachting.
Slechts enkelen wisten economisch te overleven.
Mijn grootvader ging ook failliet… Ik ben dus van de arme tak!
Omstreeks 1900 werd het geweten van Nederland wakker. De tijd van de ethische
politiek brak aan. Socialistisch Nederland vond dat het echt niet kon:
Nederlandse arbeiders, die profiteerden van het werk van de Inlanders.
Indonesië moest onafhankelijk worden…ja, maar niet te snel. Want
dat zou immers tienduizenden arbeidsplaatsen kosten…Hoe verkoop je zoiets
aan de achterban? En Christelijk Nederland? Het was bepaald geen demonstratie
van naastenliefde om een ander volk uit te buiten. Maar die geldstroom
uit Indië kon men niet missen…Indië verloren rampspoed geboren.
Nederland moest het behoud van zijn koloniën rechtvaardigen. Daar
vond men wat op: Wij hebben de zedelijke plicht den Inlander cultuur en
beschaving bij te brengen! Jawel, cultuur en beschaving brengen aan een
volk, dat omstreeks het jaar 800 de Borobudur en de Prambanan tempels
bouwde.
Eerlijk is eerlijk, de Nederlanders waren ook de beroerdste niet. Er werden
in hoog tempo scholen geopend. Europese Lagere Scholen, MULO’s, AMSen,
HBSen, maar ook veel Hollands Inlandse Scholen. Ze waren alle zonder uitzondering
van hoge kwaliteit. De emancipatie van de Indo leek te kunnen beginnen.
De ouders lagen krom, om hun kinderen het hoogst bereikbare onderwijs
te laten volgen. Later zouden ze topfuncties kunnen vervullen…Het lukte
slechts weinigen.
Het Suezkanaal was gegraven, de zeilschepen waren vervangen door veel
snellere stoomboten. Er kwam een stroom van hoog opgeleide Hollanders
naar Indië: Juristen, ingenieurs, artsen, economen enz…Zij waren
het, die de topfuncties bezetten. Hoewel sterk in de minderheid vormden
zij de dominante groep, waarnaar men zich moest richten. De Indo, die
vooruit wilde komen, moest zich nog Nederlandser gedragen dan de Nederlander.
Goede beheersing van de Nederlandse taal was een eerste vereiste. Dan
volgde kennis van de Europese cultuur en gewoonten. Een lichte huidskleur
wilde ook wel helpen, maar daar kon men niet zoveel aan doen. Noodgedwongen
verloochenden vele Indo’s hun eigen cultuur. Verbannen werden de mooie
kaïns met batik Pekalongan, de met kant afgewerkte witte kabaya,
de comfortabele batik slaapbroek, de lieflijke kroncong muziek en het
petjok met zijn onovertroffen humor.
Ik behoorde tot de vijfde generatie Dopperts op Java. Ik heb talloze Javaanse
voorouders. Ik sprak geen Hoog- of Laagjavaans en slechts zeer gebrekkig
pasarmaleis. Mijn ouders hadden het beste met mij voor. Ik moest me de
Europese cultuur eigen maken. Dus stuurden ze mij op elfjarige leeftijd
naar Franse les. Het werd dus: Marie est la soeur de Pierre. In plaats
van: Siti adik Budie.
De nieuw aangekomen Hollanders verslonden de zogenaamde Indische romans,
ten einde het land te leren kennen. Deze waren geschreven door Hollandse
schrijvers die al een tijd in Indië woonden. Wat was nu het beeld
van de Indo in deze romans? De Indo’s werden zeer stereotyp beschreven,
d.w.z. allemaal precies hetzelfde. De meisjes hadden ravenzwart haar,
amandelvormige ogen, kulit langsep (olijfkleurige huid), een rank en sierlijk
lichaam. Verder waren ze sensueel en behaagziek.
De mannen, hoe werden die beschreven? Slank en lenig, gluiperig en onbetrouwbaar.
De Indo figuren werden zo gelijksoortig beschreven, dat ze in de verschillende
romans van verschillende schrijvers onderling uitwisselbaar waren zonder
dat het verhaal veranderde.
Bovendien dachten ze voor 90% van de tijd aan sex. Misschien is dat wel
zo, maar dan hebben wij met de resterende 10% toch nog vrij veel kunnen
doen.
Hoe is het met de Indonesiërs gegaan sinds 1900? Ook zij moesten
zich conformeren aan de Hollanders. De Prinsen van Surakarta (Kusumoyudo,
Hadiwijoyo, Purbonegoro) leerden Europees dansen zoals de Quick step,
de Weense en de Engelse wals. Voor de danslessen werden Indische meisjes
uitgenodigd om als partner te fungeren. Jennie Senstius was één
van hen. Veertig jaar later speelde zij baboe Oerip in de “Stille Kracht”:
“Oerip ziet neks, hoort neks en zegt neks.”
In de gezinnen van de hogere Indonesische ambtenaren werd Nederlands gesproken.
De kinderen groeiden op met een mengeling van Nederlandse en Indonesische
cultuur elementen. Net als de Indo’s. Maar al te graag volgden zij het
Hollandse Lager en Middelbaar Onderwijs. Zij leerden onze Vaderlandse
liedjes: “‘T is plicht, dat iedere jongen voor d’onafhankelijkheid. Van
zijn geliefdeVaderland, Zijn beste krachten wijdt …”
Er ging bij hen een licht op; geen lampoe templek, maar Merdeka met neonletters.
Ik heb al eerder gezegd: Als je een volk wilt overheersen, moet je het
dom houden. Dat was men blijkbaar vergeten. Men had verwacht, dat de Inlanders
dankbaar zouden zijn voor het onderwijs, dat hen door het koloniale bewind
was geschonken. Dat was niet het geval. Hun dankbaarheid, grenzend aan
verering, ging in de richting van leraren en leraressen.
De belofte van onafhankelijkheid werd niet ingelost. Integendeel, tussen
1925 en 1941 werd het Indonesische onafhankelijkheids streven steeds sterker
onderdrukt. De gevolgen hebben velen van ons op pijnlijke wijze moeten
ondervinden.
Dat was de situatie tot 1941. Zoals ik in het begin al zei ga ik niet
verder.
Wat ik heb verteld zijn zaken, die al meer dan een halve eeuw en langer
geleden zijn voorgevallen. Opvattingen over rassen en volkeren zijn inmiddels
drastisch veranderd.
Rassendicriminatie is zelfs door de wet strafbaar gesteld
Tenslotte nog het volgende: Het is me opgevallen, dat veel Indische Nederlanders
zich niet graag Indo noemen. Als gevolg van de toenmalige rassendiscriminatie
had de benaming Indo een negatieve klank. Maar de slachtoffers van discriminatie
hoeven zich toch niet te schamen? Het zijn de daders, die zich behoren
te schamen!
Ik wou het graag hierbij laten. U voor Uw geduld en aandacht.
Louis
Doppert
Louis
Doppert heeft zelf ook een (vertellingen) website http://www.vertellingenvanlouis.blogspot.com
---
Literatuur:
J.J.P. de Jong: De Waaier van het Fortuin, W. Willems:
Uit Indië geboren, V.Houben: Kraton and Kumpenie, A.
Cottaar en W.Willems: Indische Nederlanders. Een onderzoek naar beeldvorming,
D.W. Beerling: Weerzien met Indië No.26. Geschiedenis van
de Indo’s tot 1942, J.A.A. van Doorn: Indische lessen: Nederland
en de koloniale ervaring.
Zie ook de verslagen in boekvorm van de ‘Indische Studiedagen’ in Leiden.
Terug naar Index
= home.
___
Copyright
2006 Indische
Cultuur (in) Beweging
en D. W. Beerling
|