|
BALANS Dane Beerling, Amsterdam, 21 september en 20 oktober 2011
In 1940 kwamen nieuwe bewoners enkele huizen verderop op het Kroesenplein in Batavia te wonen. Het hoofd van het gezin, een KNIL officier, was een enorme dikkerd. Naar en van z’n werk, ging ie steeds in een dokar: een rijtuigje getrokken door een paard. Bij het in- en uitstappen moest de koetsier altijd aan het hoofdstel van zijn paard hangen om te voorkomen dat paard en vehikel achterover zouden slaan. Zolang de buurman bezig was met instappen zweefden de voeten van koetsier en de benen van het paard boven de straat. Pas als de man zijn plaats had ingenomen, voorbij de grote wielen dicht achter de koetsiersplaats, precies in het midden van het geheel van het vervoersmiddel, was alle gevaar geweken en kon ook de koetsier gaan zitten en reed, voor ons huis langs, het plein af.
De paar eerste keren stonden we, vader, moeder en de kinderen, verscholen achter de planten en zuilen van onze veranda, stiekem naar dat tafereel te loeren. Tenslotte deden we dat niet langer omdat dat ritueel voor altijd in onze hersens een plaats had gekregen. Maar door de Japanse bezetting, de Bersiaptijd erna en onze ‘repatriëring’ naar Holland, vervaagde dat. Maar sinds kort heb ik alles weer helder voor de geest en moet ik weer stilletjes lachen.
Uit de dagelijkse aankondigen van omroep MAX, de omroep die vaak denkt dat bejaarden infantiel zijn, mogen we binnenkort weer reisverhalen verwachten van en gepresenteerd door Erica Terpstra, waarvan we alvast wat fragmenten kunnen zien. Bijvoorbeeld dat een sjamaan op de wijze van een spugende lama in het lachende gezicht – kenmerk van Terpstra - proest. Haar in- en uitstappen in een fietstaxi zien we in de reclame van haar programma niet, maar wel waar ze in dat vervoersmiddel zit: precies in het midden, met maar een heel klein deel van haar billen op de zitting. Heel ongemakkelijk. Maar zou ze, zoals iedere andere dikkerd, de hele zitting gebruiken, dan tuimelt ongetwijfeld de hele zwik achterover. Kijken naar Max doe ik nooit, alleen bij het zappen beland ik er weleens, om weer schielijk weg te zappen. Naar Erica’s reisverhalen ga ik wel kijken, alleen om te zien hoe ze in- en uit zo’n fietstaxi stapt.
In de VPRO-Gids (22-28 okt. ’11) schrijft Mosterd (A.L. Snijders) in zijn column ook over Erica Terpstra. Hij koppelt haar aan de zeer luidruchtige advocaat Prem Radhakishun (de man die een tijdje niet aan het programma De Wereld Draait Door mocht meewerken omdat hij een bepaalde tv-recensent ten onrechte ervan betichtte dat ie ‘het’ met kleine kinderen deed. Inmiddels mag ie weer meedraaien). Snijders: ‘Nu is zijn straftijd om.’ Radhakishun meldt meteen dat zijn critici niet weten wat hij met ‘het’ bedoelde, misschien wel kleien of zoiets. Snijders: ‘Die man zou wel eens een advocaat kunnen zijn, die hebben zulke armoedige, schaamteloze opvattingen over taal.’ Hij noemt de ‘vettig’ in de camera lachende Erica Terpstra in haar reisprogramma voor omroep MAX en Prem Radhakishun ‘moderne tv-helden’ (inclusief de aanhalingstekens) en sluit zijn column af met: ‘Ik laat het hoofd zakken en schaam me.’
Bij omroep Max, ook wel “het afvoerputje van Omroepen voor werkloos geraakte BN-ers” genoemd, én bij de VARA’s De Wereld Draait Door hebben ze van schaamte nauwelijks last, lijkt het.
Ik ben niet meer geïnteresseerd in hoe Erica Terpstra haar volumineuze lijf in de fietstaxi krijgt.
--------
|