|
| |
WESTCOAST
Let
op! Vanaf december
2008 wordt www.tjaberawit.com:
www.tjaberawit.nl
Indo-werkgroep
Westcoast
Dane Beerling, Amsterdam juni 2003
De
stoot tot de oprichting van de Indo-werkgroep Westcoast*, een van de werkgroepen
van de KJBB, eind 1989, kwam van mij. Het is nog steeds de enige ’ECHTE
Indo Club’ tot nu toe. De naam Westcoast werd bedacht door Hans Stadelmann.
Ik legde de basis voor een intern blad (anderen gaven het de naam “Apa
Kabar?”), voor de Westcoastdoelstellingen, -reglementen, -werkwijze en
lanceerde het project “Ons Boek” (Inmiddels door mij geheel gereed gemaakt
en losgehaakt van de werkgroep Westcoast, en bij de ‘moederclub’ KJBB
’41-’49 ondergebracht). Stichting Het Gebaar heeft via de Ver. KJBB '41-'49
het Project “Ons Boek” een bedrag toegekend waardoor de realisatie nu
kan plaatsvinden. Door de Ver. KJBB '41-'49 is dedongen dat ik de leiding
zal hebben.
*DE
GESCHIEDENIS
Frans Vreugdenburg, evenals ik een Indo en tevens
‘buitenkamper’, interesseerde mij om voorlichting op scholen te geven
via de werkgroep jeugdvoorlichting
van de KJBB, ergens in het begin van 1989. Al gauw
toog ik met hem ook ‘ns naar de werkgroep Buitenkamp Kinderen (BKK) eveneens
een KJBB-werkgroep.
Op die dag waren ongeveer tien Indo’s en één totok (volbloed Hollander) bijeen, de laatste had de leiding. Frans en ik wezen
er onmiddellijk op dat het accent op de Indo’s diende te liggen waar het
de buitenkampsituatie betreft. En feitelijk ook geldend voor de geschiedenis
van Indo’s in het algemeen. Het werd zo’n beetje het startschot voor een
pittige, ruzieachtige discussie. Ook de Indo’s waren verdeeld.
Eén BKK-kumpulan later gingen Frans en ik er opnieuw heen, deze
keer was Frans’ zuster Rita bij ons. Bij de BKK waren nu twee totoks die
beiden de leiding hadden. Wij vonden dat opmerkelijk. Immers, er waren
tijdens de Japanse bezetting praktisch geen totoks onder de ‘buitenkampers’
terwijl van de Indo’s er ongeveer 200.000 waren, die zaten buiten de kampen
omdát ze Indo’s waren (nogeens 60.000 Indo's zaten in Japanse kampen).
Weer ging het mis. Wat vooral kwaad bloed zette bij ons drieën was,
dat de tweede totok riep: ‘We zijn allemáál Indo’s!’
Frans en Rita wilden ‘nooit meer’ naar een BKK-kumpulan.
Ik ging wel, maar voor de laatste keer en alleen om een Indo-werkgroep
op te richten. Rita: ‘Als dat je lukt, word ik lid!’
< Het logo van de werkgroep Westcoast.
Ik
trof allerlei voorbereidingen om goed beslagen ten ijs te komen en zette
wat ik belangrijk achtte op een rijtje. Mij ging (en gaat) het om de perceptie
van de Indo vanuit een Indië retro- en perspectief. Niet uit nostalgie,
maar, om met Tjalie Robinson te spreken: “Wij (Indo’s) moeten om te weten
wie wij zijn en waartoe we in staat zijn ons kunnen afzonderen, onderzoeken,
sterk maken en later voor de volle honderd procent actief en nuttig zijn.”
Mijn Indoclub moest een werkgroep worden, letterlijk. Niet een club waar
je alleen maar komt als je er zin in hebt. Lidmaatschap en ook ‘ballotage’
waren vereisten.
Met het fenomeen werkgroep had ik nogal wat ervaring opgedaan. Ik was
lid van de werkgroep “Onderwijs” in de Amsterdamse De Pijp (eind 1960)
en had mijn eigen (in 1970 opgerichte) werkgroep Maskers af!, bekend van
de slogans “Lazer op met je uitlaatgassen!” en “Loodvrije brandstof. NU!”
en van het stadsbevoorradingsplan “Minivrachtvervoer vice-versa”. Ik werkte
ook mee met de werkgroep De Lastige Amsterdammer. Maar initiatieven voor
Indoclubs waren er ook. Begin 1970 werd ik lid van de beeldende kunst
werkgroep Openbare Opdrachten van de Gemeente Amsterdam, en was dat gedurende
een vijftal jaren. Tegelijkertijd en ook daarna was ik tevens actief in
andere werkgroepen van gelijke aard. In 1972 initieerde ik het plan voor
een Indo expositievereniging voor beeldende kunst (Een zelfde initiatief
nam ik in 1987). Maar succes had ik niet; ik vond het tamelijk merkwaardig,
maar coming out met je Indo zijn toen was nog niet echt in zwang.
Pas veel later kwamen Indo’s, waaronder jongeren, wél met hun achtergrond
voor de dag.
In
1989 legde ik mijn ideeën voor een KJBB Indowerkgroep aan de Indo
Ed Hoeben voor zittend bij hem in de auto toen we (voor mij de derde keer)
naar de BKK gingen. Ik dacht dat Ed bestuurslid was van de KJBB, dus kwam
dat goed uit. Als ik hem voor mijn ideeën kon winnen zou dat indruk
maken. Hij deed aanvankelijk huiverig, maar gaandeweg begon ook hij het
nut van het plan in te zien. Hij en ik brachten samen het voorstel in
bij de BKK. Niet alle Indo’s zagen wat in een club alleen voor Indo’s.
Tegen de oprichting van de werkgroep Westcoast was heel veel en soms virulent
verzet van de kant van bestuursleden en een groot aantal ‘gewone’ leden
van de KJBB. Hoe dan ook: het moest eerst aan de leden voorgelegd worden
tijdens de aanstaande Algemene Ledenvergadering in 1989. Wat gebeurde.
En het werd bijna ‘oorlog’. Het werd echt doodeng soms. In de pauze ontstond
bijna handgemeen tussen Wies Van Maarseveen en de Westcoastlid-in-spé
(later lid) Ben Grünbergen. Ook na de pauze was er nog ‘oorlog’.
Hartverwarmend was wel dat een rij totokvrouwen naar de aanstaande Westcoasters
riep: ‘Trekken jullie het je maar niet aan, die lui zijn gewoon jaloers!’
Westcoast
werd een feit en de eerste zeer enthousiaste bijeenkomst van een stuk
of tien mensen vond plaats bij Ed Hoeben thuis. Frans en Rita Vreugdenburg
waren ook van de partij.
Westcoast werd inderdaad een werkgroep. Er was ook direct een blad dat
de naam “Apa Kabar?” kreeg, en er werd een redactie gevormd. Onmiddellijk
ging ik aan de slag met het op schrift stellen van het project “Ons Boek”.
Ik zette ook de conceptdoelstellingen van Westcoast op papier. (Als ik
het juist heb, is jaren daarna een deel van Westcoast’s doelstellingen
ook gaan gelden voor de werkgroep Buitenkamp Kinderen).
Het
project “Ons Boek” werd van harte ondersteund door Wim Willems (Studiedagen
Indische Nederlanders van de Leidse Universiteit), maar ondervond van
de zijde van het bestuur van de moedervereniging van Westcoast, KJBB ’41-‘49,
slechts tegenwerking.
Dat is nu (2006) anders .
De Indo-werkgroep Westcoast bestaat nog, overigens zonder dat iemand nog
de ontstaansgeschiedenis kent, schijnt het, en nog minder wie de initiatiefnemer
was, zoals hierboven is geschetst.
De
Indo-werkgroep Westcoast voorzag in een duidelijke behoefte, maar er was
schroom bij potentiële leden om lid te worden. En nog steeds is er
angst om te worden aangezien voor lieden die zich tegen anderen (totoks)
willen afzetten. Dat is nooit de bedoeling en de praktijk van Westcoast.
In de beginperiode van Westcoast heb ik in een artikel in KAWATBERICHTEN
geschreven hoe je Westcoast moest zien (dat zal nog wel ergens te vinden
zijn, lijkt mij). Ik herinner mij dat ik Westcoast vergeleken heb met
een willekeurig gezin dat in de regel heel goed en gastvrij met de buren
omgaat. Iedereen is altijd welkom. Soms komt bezoek niét zo goed
uit omdat, net als bij elk ander gezin, soms behoefte is om even en
famille te zijn.
Tjalie
Robinson was te vroeg en hield het alleen bij de verzuchting: ‘Weet u
dat ik altijd verlangd heb (met méér meeliggers dan u wel
denkt) om een ECHTE Indo Club te maken met als hoofddoel het ontdekken
van de typische eigen Indo-identiteit? Zelfs op het eind van ons bestaan
(...) kan nog veel belangwekkends gevonden worden.’*
Ajo Indo’s (van de KJBB), die ECHTE Indo Club is er, help mee om hem groter
te maken en nog meer inhoud te geven.
Hopelijk
dat met dit artikel misverstanden, alle misverstanden, met betrekking
tot de KJBB Indo-werkgroep Westcoast de wereld uit zijn.
*
Tjalie Robinson is nooit aan zo'n club begonnen omdat hij vreesde daarmee
tegen zere benen te trappen. Die 'zere benen' bleken er inderdaad te zijn,
maar die waren er niet omdat we ertegen trapten. We hebben zelfs nooit
teruggetrapt.
N.B.:
In Tjabé Rawit
Spésial nummer 44 (mei/juni 04) schreef ik over de uitdaging van
Hans Plas, om op zijn “De heilige plicht van de geschiedschrijver” te
reageren: moedig “al bezit je geen volbloedigheid”. Ik zette
onder meer de beroemde schrijver, schermer en omeletspecialist Alexandre
Dumas tegen hem in. Een iets kortere versie daarvan gaf ik aan De Gordel
van Smaragd. Die in nummer 3/2004 werd geplaatst. Maar, á la Willem
Duys, in zijn radiorubriek voor de AVRO van jaren geleden waarin hij,
zonder dat de AVRO dat controleerde, leugens vertelde, heeft eindredacteur
Plas mijn stuk in dezelfde De Gordel van Smaragd ‘becommentarieerd’ en
er meteen onder gezet “discussie gesloten”.
Ergens in zijn commentaar staat: “Mijn volbloed tante, bijna doodgeslagen
in Tjideng en mijn oom, haar man, bijna gestorven aan de Birma spoorweg
mogen niet samen naar jouw (Dane Beerlings) West Coast club.
Omdat zij een volbloed Belanda is.”
Dat liegt ie. Hem is persoonlijk uitgelegd wat Westcoast (ja, één
woord) is, en dat volbloeden, zoals zijn tante, van harte welkom zijn
op de open dagen van de Indo-werkgroep Westcoast. Maar niet als de werkgroep
aan het werk is, onderzoek aan het doen is.
(Voorzover ik weet, ik ben al lang geen lid meer, gaat het nu bij de werkgroep
Westcoast anders toe, is Westcoast meer een zlefhulpgroep geworden en
minder of niet een werkgroep in de trant zoals Tjalie Robinson dat omschreef:
zie hierboven vanaf onder het Westcoastlogo. Die verandering, met het
accent op het bieden van hulp aan elkaar, zette zich in vanaf dat Wim
Young de leiding van Westcoast op zich nam. Vanaf toen werd ook afgezien
van het steeds laten rouleren van het 'voorzittersschap' van de kumpulans).
Plas’
houding is te vergelijken met een bokser die, tegen beter weten in, denkt
zijn zwakte te kunnen compenseren met heel veel hol geschreeuw. Zijn wilde
slagen missen doel. Uit angst voor de onherroepelijke fatale tegenstoot
van zijn, uit eerzucht door hem zelf uitgedaagde tegenstander, speelt
ie vals: hij seint naar de tijdwaarnemer dat ie op de gong moet slaan,
vér voor de ronde is afgelopen. Vrij vertaald in Plas’ woorden,
heet dat: “discussie gesloten”.
...
Lees
ook "INDISCH" LEZING INOG.
Het
werk van Benteng Beruang is buitengewoon kostbaar, elke cent telt. Alle
inkomsten gaan in het fonds van dit ‘instituut’ en maken het mogelijk
om onder meer een WEBSITE te hebben, de gratis Tjabé Rawit Spésial
te maken en prenten (op de wijze van prentbriefkaarten) en boeken uit
te geven. Donaties zijn daarom ook altijd welkom! Graag storten op giro
4580865 t.n.v. D. W. Beerling te Amsterdam o.v.v.: donatie Benteng Beruang.
Naar
index = home.
|