|
| INDISCH ‘Zelf
gebruik ik de term Indische Nederlander niet omdat hij op mij niet
van toepassing is. Ik voel me enak met Indo waar het de historie betreft.
Creatief kan ik met Indo niet uit de voeten, daarentegen biedt Indisch
mij meer mogelijkheden: voor mij een poort om doorheen te gaan, het veld
op, de wereld in om de grenzen te doorbreken of die op z’n minst te verschuiven.
Indo sterft uit, Indisch kan nog lang vruchtbaar zijn.’
Dane Beerling 1995, tekst van een prent die onderdeel was van de ‘correspondentie’ over Indisch. SINJO --- DONATIES --- Indische cultuur of geen Indische cultuur, dat is de vraag. 'Cultuur is aangeleerd. Men wordt niet met de Papoease of Friese culturele identiteit geboren, maar leert die van de ouders en de omgeving. Een geadopteerde baby uit de Baliemvallei in lrian Jaya zal in Nederland opgroeien als een ‘zwart’ Nederlands kind en de Nederlandse cultuur opdoen. Een ontvoerde Amerikaanse baby zal in de binnenlanden van lrian Jaya opgroeien als een ‘blanke’ Papoea in de ‘primitieve’ cultuur uit het stenen tijdperk -voorzover deze niet door de ‘moderne’ beschaving is vernietigd. Interessant is wanneer een groep mensen uit de ene naar een andere cultuur verhuist. De cultuur van het gastland wordt niet gemakkelijk aangeleerd. Er toont zich een allochtonen cultuur die gekenmerkt wordt door behoudzucht. Migranten hebben vaak de neiging om hun oorspronkelijke cultuur en de culturele identiteit te conserveren. Een Indonesische Molukse was verbaasd toen zij de traditionele Molukse cultuur in Nederland aantrof. “Zo ‘kampungan’. Wij op Ambon zijn tenminste modem”, zei ze. INDO-CULTUUR Voor Indo’s, anders dan voor bijvoorbeeld Turken en Marokkanen, was de cultuur van het gastland Nederland niet volledig vreemd. Indo’s spraken altijd al Nederlands. Over de vraag hoe het staat met de Indo cultuur in Nederland, verschillen de meningen. Ooit stond in Tong Tong dat de Indo’s tot de twaalfde provincie van Nederland behoorden. Door totoks wordt wel beweerd, maar er zijn ook Indo’s die dat zeggen, dat de Indo cultuur niet bestaat, want Indo’s zijn goed geïntegreerd. Er is geen Indo cultuur, maar een Indië cultuur die Indo’s en totoks behoort, is ook een mening. Nogal wat jongeren verwarren de Indo cultuur met Indonesische culturen. Hoewel zij Nederlanders zijn, verschillen Indo’s, in cultureel opzicht enigermate met de andere Nederlanders. Dat geldt voor de generaties uit Indië, maar veel minder tot niet voor de in Nederland geboren en getogen jongere Indo generaties. INDO’S
‘PROBLEEMGEVALLEN’? VOOR WIE?
De Indo cultuur was de cultuur van een gediscrimineerde groep in het voormalige Nederlands-lndië. En net als alle (gediscrimineerde) minderheden, hadden de Indo’s, ook wel Indischen genoemd, hun culturele identiteit nodig om de dominerende totokcultuur te weerstaan. Dat was feitelijk zo, ook al zijn er Indo’s die dat nu wensen te verdoezelen of zelfs ontkennen. Door schaamte voor de discriminatie in het verleden, wordt het accent gelegd op de kleine groep Indo’s die, ofschoon eveneens gediscrimineerd, er toch in slaagde een hoge positie te verwerven. Recht aan de Indo geschiedenis en aan de culturele eigenheid (!) der Indo’s kan ook worden gedaan door juist op dat succes te wijzen, denkt men. Want het zijn niet allemaal en niet alleen ‘probleemgevallen’. De suggestie wordt gewekt dat het deze ‘succesgevallen’ waren die (mede) de dragers waren van de Indische culturele uitingen, zoals bijvoorbeeld Komedie Stambul en keroncong. Dat is op z’n minst merkwaardig. De werkelijkheid namelijk, was dat door hen alles wat maar naar Indisch zweemde, verborgen werd, zelfs ontkend. Zij gedroegen zich bijna volledig Europees. Over Komedie Stambul, over petjok en over keroncong muziek werd veelal gesmaald. Ze woonden in de schouwburg (klassieke) westerse toneel-, muziek- en opera-uitvoeringen bij. Keroncong muziek maakte plaats voor die van Mozart etc.. Hun kinderen kregen geen ukulele of gitaar in handen, maar ze kregen piano- of vioollessen: klassiek uiteraard. INDO-CULTUUR ANNO 1996... Indische culturele identiteit werd in stand gehouden mede door isolement als gevolg van discriminatie. Toen de Indo’s naar Nederland repatrieerden, viel de noodzaak voor het behoud daarvan uiteindelijk weg. Men was immers Nederlander. Indische Nederlander gelijk aan de Nederlandse Nederlander. Er bestond dus, en bestaat, geen reden meer voor Indo’s om de eigen culturele identiteit te conserveren. Of toch wel? Als wel, met een doel wellicht? De vraag moet dan zijn: wat is anno 1996 (en 2003) de Indische cultuur in Nederland? Die vraag levert in de meeste gevallen clichéantwoorden op: Indo’s zijn halus*, ze hebben bepaalde (oosterse?) gebaren en ze zijn gastvrij. Uit Tempo Doeloe worden gehaald: de vooroorlogse Indische mode, de Indische waranda, de soos, de krontjong en de nostalgische verhalen over een gelukkige jeugd op een melkerij in Oengaran of de Soerabayase HBS-tijd, niet méér. Zij die verlangen naar die Indische cultuur en slechts teruggrijpen op zaken uit de droomwereld van MOOI INDIË, beseffen niet dat dat betekent: ontkenning van de Indische cultuur van nu in Nederland. Zij bepalen met hun verlangen naar het verleden het beeld van de totale Indo-groep. (…).' Srengèngè
1996 in
Tjabé Rawit jaargang 4, nummer 4, 1995/1996
Woordenlijst.
Bungkusans: bundels, Enak = lekker, ‘Kampungan’ = te vergelijken met ‘dorps’, ‘achterlijk’, Halus = fijn, teer, zeer beschaafd, verfijnd, Komedie Stambul = mengvorm van toneel, muziek,dans, zang en satire, Keroncong, krontjong = Indo muziek (nu uiterst populair in Indonesië), Petjok = ‘taal’ die door Indo’s (niet alle!) werd gesproken. .......
“Dr
Van Mook (…). Deze Indo-europeaan, Indische jongen dus, was de best gekwalificeerde
Europeaan om gouverneur-generaal van Nederlands-Indië te worden. Maar
hij kwam niet verder dan waarnemend gouverneur-generaal. Alleen
een totok kon dat hoogste ambt toen bekleden. Het nu ontkènnen
dat de Nederlands-Indische samenleving er een was van standen, klassen
en rassen, maakt de korzelige verzuchting uit 1931 (!) van de Indo Dr.
J. Th. Koks in zijn studie “De Indo” steeds weer actueel: 'Daar, in
"kampoeng Den Haag", eten menschen, die in Indië nooit rijst
aten, dag in dag uit rijst, hebben zij, die hun leven lang opzettelijk
zoo weinig mogelijk Bataviaansch gesproken hebben, er behoefte aan, om
hun Nederlandsch te pas en te onpas te doorspekken met Maleische en Javaansche
woorden. Wat z'n heele leven Indo-hater geweest is in daden, werpt zich
hier plotseling op tot zijn pleitbezorger. Hoe zou het ook anders kunnen;
zij zijn bijkans zelfs “Inlander” geworden, niet daar, maar hier,
in Nederland.’”
Fragment uit Buaya Timbul’s “Ich bin ein Berliner!”, Tjabé Rawit jaargang 3, nummer 3 1995.
Naar index= home. ... !U
bent vrij om gegevens, artikelen, gedichten enzovoorts van onze sites
over te nemen voor privé gebruik, maar vermeldt daarbij wel de bron, anders
zouden uw familie, vrienden en kennissen denken dat u de maker
bent. Overnemen en publiceren , in welke vorm dan ook, mag alleen met schriftelijke toestemming van auteur en Indische Cultuur (in) Beweging. Bronvermelding is altijd verplicht. U loopt anders gemakkelijk het gevaar dat u van plagiaat wordt beschuldigd. In het openbaar overkomt dat Adriaan van Dis nu al voor de tweede maal. Copyright ©
2006
|